grijper
zelfstandig naamwoordBetekenis
- werktuig dat een voorwerp kan vastklemmen, oppakken en na vervoer weer kan loslaten het formaat kan zeer verschillend zijn van een apparaat om propjes van de grond te rapen tot een machine in de open mijnbouw die tonnen tegelijk kan grijpen
- iemand die grijpt
- hebzuchtig persoon
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| grijpers | meervoud |
| grijpertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| grijpertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van grijpen met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van grijper
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| grijpers | meervoud | grijper |
| grijpertje | verkleinwoord | grijper |
| grijpertjes | verkleinwoord meervoud | grijper |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van grijper zijn vastgelegd.