balans
zelfstandig naamwoordBetekenis
- evenwicht.
- een meetapparaat met twee armen (bedoeld om het verschil te kunnen meten)
- een volledige opsomming van de waarde van alle bezit en alle tegoeden en schulden meestal aan het einde van een boekjaar
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| balansen | meervoud |
| balansje | verkleinwoord, enkelvoud |
| balansjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘weegschaal’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1294
Woordfamilie van balans
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| balansen | meervoud | balans |
| balansje | verkleinwoord | balans |
| balansjes | verkleinwoord meervoud | balans |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van balans zijn vastgelegd.