Naar de inhoud

erven

de eigendommen van een overledene, meestal een familielid, rechtens verkrijgen

erven is meer dan één woord

erven

werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈʔɛr.və(n)/

Betekenis

  1. de eigendommen van een overledene, meestal een familielid, rechtens verkrijgen
  2. erfgenamen (meervoud van erve in een sinds de 19e eeuw niet meer gangbare betekenis)

Hoe spreek je erven uit?

/ˈɛrvən/

Erven bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɛrvən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɛ bed
r rood
v vis
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. door opvoeding of erfelijkheid verkrijgen

Vervoeging van erven

ervenhele werkwoord — erfdeverleden tijd enkelvoud — erfdenverleden tijd meervoud — geërfdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik erf erfde
jij erft erfde
hij, zij, het erft erfde
wij erven erfden
jullie erven erfden
zij erven erfden
Alle 89 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is geërfd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geërfd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geërfd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geërfd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geërfd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geërfd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geërfd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geërfd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
erf gebiedende wijs
erfde* verleden tijd
ervend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
geërfd verleden tijd, deelwoord
geërfd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geërfd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geërfd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geërfd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geërfd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geërfd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geërfd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geërfd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geërfd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geërfd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geërfd* verleden tijd, deelwoord
had geërfd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geërfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geërfd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geërfd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geërfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geërfd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geërfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geërfd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geërfd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geërfd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geërfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geërfd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geërfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geërfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geërfd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geërfd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te erven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geërfd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen erven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren geërfd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geërfd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geërfd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden geërfd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden geërfd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geërfd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal erven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal erven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal erven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geërfd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geërfd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geërfd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geërfd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geërfd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geërfd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou erven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou erven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou erven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geërfd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geërfd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geërfd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geërfd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geërfd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden erven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden erven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden erven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geërfd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geërfd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geërfd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geërfd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geërfd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt erven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geërfd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen erven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen erven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen erven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen erven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geërfd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geërfd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geërfd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geërfd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geërfd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult erven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geërfd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
{{{9}}} aanvoegende wijs

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord erf

Herkomst

In de betekenis van ‘door erfenis verkrijgen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1263

Woordfamilie van erven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
erfde aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 1e persoon erven
erfden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon erven
erft aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon erven
ervend onvoltooid deelwoord erven
ervende woordvorm erven
geërfd voltooid deelwoord erven
geërfde woordvorm erven
geërfden meervoud geërfde

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van erven zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over erven

Hoe spreek ik erven uit?
Zo spreek je erven uit: /ˈʔɛr.və(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van erven?
Erven is een werkwoord. De betekenis is: de eigendommen van een overledene, meestal een familielid, rechtens verkrijgen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik erven?
Zo vervoeg je erven zo: de tegenwoordige tijd is erf, de verleden tijd is erfde en het voltooid deelwoord is geërfd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op erven?

In dit woordenboek rijmen 12 woorden op -rven op erven, zoals conserven, sterven en bederven. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op erven, uitspraak ˈɛrvən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
conserven 3
sterven 2
bederven 3
zwerven 2
beërven 3
aanbesterven 4
aanversterven 4
badkamerverven 5
gerven 2
hennepwerven 4
honderdwerven 4
scherven 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord erven is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. E 1
  2. R 2
  3. V 4
  4. E 1
  5. N 1
  6. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

erven levert met Wordfeud minimaal 9 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. E 1
  2. R 2
  3. V 4
  4. E 1
  5. N 1
  6. 9 zonder bonus
  7. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

erven telt 5 letters, waarvan 4 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

erven in het kort

erven is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van erven staan er 67 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort erven bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

erven: de eigendommen van een overledene, meestal een familielid, rechtens verkrijgen
Deel erven — standaardnederlands.nl