erfhuis
zelfstandig naamwoord 'ɛrfhœysBetekenis
- huis dat deel uitmaakt van een erfenis van een overleden persoon
- plaats waar de inboedel van een erfenis wordt verkocht
Hoe spreek je erfhuis uit?
/ˈɛrfhœys/
Erfhuis bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɛ | bed |
| r | rood |
| f | fiets |
| h | hoed |
| œy | huis |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| erfhuizen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van erf zn en huis zn
Woordfamilie van erfhuis
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| erfhuizen | meervoud | erfhuis |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van erfhuis zijn vastgelegd.