zwerven
werkwoord /'zʋɛrvə(n)/Betekenis
- doelloos of nomadisch heen en weer reizen
Hoe spreek je zwerven uit?
/ˈzwɛrvən/
Zwerven bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| v | vis |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van zwerven
zwervenhele werkwoord — zwierfverleden tijd enkelvoud — zwiervenverleden tijd meervoud — gezworvenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zwerf | zwierf |
| jij | zwerft | zwierf |
| hij, zij, het | zwerft | zwierf |
| wij | zwerven | zwierven |
| jullie | zwerven | zwierven |
| zij | zwerven | zwierven |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gezworven | verleden tijd, deelwoord |
| gezworven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gezworven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gezworven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gezworven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gezworven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gezworven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gezworven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gezworven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gezworven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gezworven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gezworven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gezworven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gezworven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gezworven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gezworven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gezworven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gezworven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gezworven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen zwerven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| te zwerven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| zal gezworven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gezworven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gezworven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal zwerven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal zwerven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal zwerven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gezworven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gezworven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gezworven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou zwerven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou zwerven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou zwerven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gezworven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gezworven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gezworven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden zwerven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden zwerven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden zwerven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gezworven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt zwerven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gezworven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gezworven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gezworven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen zwerven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen zwerven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen zwerven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen zwerven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gezworven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult zwerven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zwerf | gebiedende wijs |
| zwerve | aanvoegende wijs |
| zwervend | onvoltooid, deelwoord |
| zwierf | verleden tijd |
Herkomst
In de betekenis van ‘ronddolen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1588
Woordfamilie van zwerven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gezworven | voltooid deelwoord | zwerven |
| zwerf | gebiedende wijs | zwerven |
| zwerft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | zwerven |
| zwerve | aanvoegende wijs | zwerven |
| zwierf | verleden tijd | zwerven |
| zwierven | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | zwerven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwerven zijn vastgelegd.