erfenis
zelfstandig naamwoord ˈɛrfənɪsBetekenis
- het bezit van een overledene zoals dat aan zijn gerechtigde nabestaanden overgedragen wordt
- overdrachtelijk: datgene waarmee men uit de voorgeschiedenis geconfronteerd wordt
Hoe spreek je erfenis uit?
/ˈɛrfənɪs/
Erfenis bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɛ | bed |
| r | rood |
| f | fiets |
| ə | de |
| n | nek |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- het geheel aan bezittingen en schulden dat door de erflater bij zijn overlijden wordt nagelaten aan de erfgenamen
- datgene waarmee men uit de voorgeschiedenis of gebeurtenis geconfronteerd wordt, of wat een persoon, bedrijf of organisatie achterlaat aan bijvoorbeeld kennis, normen en waarden figuratively
- dat wat men nalaat aan het nageslacht
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| erfenisje | verkleinwoord, enkelvoud |
| erfenisjes | verkleinwoord, meervoud |
| erfenissen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘wat men erft’ voor het eerst aangetroffen in 1263-1264.
Woordfamilie van erfenis
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| erfenisje | verkleinwoord | erfenis |
| erfenisjes | verkleinwoord meervoud | erfenis |
| erfenissen | meervoud | erfenis |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van erfenis zijn vastgelegd.