erfgoed
zelfstandig naamwoord ˈɛrᵊfxutBetekenis
- bezit dat bij erfenis overgaat
- goed dat in het vooruitzicht is gesteld
- dat wat van vroegere generaties is overgebleven in de moderne tijd zoals bijvoorbeeld cultuur, ideeën en goederen
Hoe spreek je erfgoed uit?
/ˈɛrəfxut/
Erfgoed bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɛ | bed |
| r | rood |
| ə | de |
| f | fiets |
| x | acht |
| u | boek |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| erfgoederen | meervoud |
| erfgoedje | verkleinwoord, enkelvoud |
| erfgoedjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van erf ww en goed
Woordfamilie van erfgoed
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| erfgoederen | meervoud | erfgoed |
| erfgoedje | verkleinwoord | erfgoed |
| erfgoedjes | verkleinwoord meervoud | erfgoed |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van erfgoed zijn vastgelegd.