beërven
werkwoord bəˈʔɛrvə(n)Betekenis
- door erfenis verkrijgen
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Hoe spreek je beërven uit?
/bəˈɛrvən/
Beërven bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| v | vis |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van beërven
beërvenhele werkwoord — beërfdeverleden tijd enkelvoud — beërfdenverleden tijd meervoud — beërfdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | beërf | beërfde |
| jij | beërft | beërfde |
| hij, zij, het | beërft | beërfde |
| wij | beërven | beërfden |
| jullie | beërven | beërfden |
| zij | beërven | beërfden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben beërfd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent beërfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| beërf | gebiedende wijs |
| beërfd | verleden tijd, deelwoord |
| beërfd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beërfd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beërfd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beërfd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beërfd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beërfd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beërfd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beërfd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beërfd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beërfd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beërfde | verleden tijd |
| beërve | aanvoegende wijs |
| beërvend | onvoltooid, deelwoord |
| er is beërfd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was beërfd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd beërfd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt beërfd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal beërfd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal beërfd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou beërfd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou beërfd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had beërfd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had beërfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had beërfd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden beërfd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden beërfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden beërfd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt beërfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb beërfd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beërfd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben beërfd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beërfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben beërfd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt beërfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beërfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beërfd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is beërfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is beërfd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te beërven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben beërfd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen beërven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart beërfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren beërfd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren beërfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren beërfd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was beërfd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was beërfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was beërfd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd beërfd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd beërfd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd beërfd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden beërfd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden beërfd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden beërfd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt beërfd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word beërfd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden beërfd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden beërfd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden beërfd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt beërfd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt beërfd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal beërfd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beërfd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal beërfd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal beërfd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beërfd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal beërfd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beërfd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal beërven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal beërven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal beërven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn beërfd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn beërfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn beërfd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt beërfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou beërfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beërfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beërfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou beërfd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beërfd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou beërfd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beërfd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beërfd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beërfd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou beërven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou beërven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou beërven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden beërfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beërfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beërfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beërfd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beërfd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beërfd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beërfd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beërfd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beërfd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beërven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beërven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beërven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt beërfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beërfd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beërfd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beërven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen beërfd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beërfd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beërfd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beërfd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beërfd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beërfd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beërfd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beërfd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beërfd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beërven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen beërven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beërven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beërven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult beërfd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beërfd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beërfd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beërven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van erven met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van beërven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beërf | gebiedende wijs | beërven |
| beërfd | voltooid deelwoord | beërven |
| beërfde | verleden tijd | beërven |
| beërfden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | beërven |
| beërft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | beërven |
| beërve | aanvoegende wijs | beërven |
| beërvend | onvoltooid deelwoord | beërven |
| beërvende | woordvorm | beërven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beërven zijn vastgelegd.