bederven
werkwoord bəˈdɛrvə(n)Betekenis
- iets kapot maken, doen verrotten, verknoeien
- iemand te veel verwennen
- verrotten, oneetbaar worden
Hoe spreek je bederven uit?
/bəˈdɛrvən/
Bederven bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| d | dak |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| v | vis |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- kapotmaken, beschadigen obsolete, transitive
- verpesten, verknoeien figuratively, transitive
- naar een bedorven staat overgaan, verrotten ergative
Vervoeging van bederven
bedervenhele werkwoord — bedierfverleden tijd enkelvoud — bediervenverleden tijd meervoud — bedorvenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bederf | bedierf |
| jij | bederft | bedierf |
| hij, zij, het | bederft | bedierf |
| wij | bederven | bedierven |
| jullie | bederven | bedierven |
| zij | bederven | bedierven |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| bederf | gebiedende wijs |
| bederve | aanvoegende wijs |
| bedervend | onvoltooid, deelwoord |
| bedierf | verleden tijd |
| bedorven | verleden tijd, deelwoord |
| bedorven te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bedorven te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bedorven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bedorven te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bedorven te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bedorven worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bedorven zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bedorven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bedorven zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bedorven zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ben bedorven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bedorven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is bedorven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bedorven | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bedorven | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bedorven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bedorven worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bedorven zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bedorven worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bedorven zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bedorven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bedorven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bedorven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bedorven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bedorven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bedorven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bedorven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bedorven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bedorven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bedorven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bedorven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bedorven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bedorven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bedorven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bedorven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bedorven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bedorven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bederven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bedorven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bederven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bedorven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bedorven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bedorven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bedorven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bedorven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bedorven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bedorven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bedorven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bedorven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bedorven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bedorven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bedorven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bedorven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bedorven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bedorven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bedorven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bedorven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bedorven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bedorven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bedorven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bederven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bederven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bederven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bedorven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bedorven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bedorven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bedorven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bedorven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bedorven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bedorven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn bedorven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bedorven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bedorven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bedorven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bederven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bederven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bederven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bedorven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bedorven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bedorven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bedorven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bedorven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bedorven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bedorven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bedorven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bedorven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bederven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bederven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bederven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bedorven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bedorven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bedorven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bedorven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bedorven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bedorven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bedorven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bedorven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bedorven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt bederven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bedorven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bedorven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bedorven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen bederven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bederven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bederven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bederven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bedorven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bedorven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bedorven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bedorven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bedorven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bedorven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bedorven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bedorven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bedorven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult bederven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult bedorven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bedorven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bedorven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘beschadigen’ voor het eerst aangetroffen in 1265
Woordfamilie van bederven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bederft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bederven |
| bederve | aanvoegende wijs | bederven |
| bedervend | onvoltooid deelwoord | bederven |
| bedervende | woordvorm | bederven |
| bedierf | verleden tijd | bederven |
| bedierven | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bederven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bederven zijn vastgelegd.