Naar de inhoud

bederven

iets kapot maken, doen verrotten, verknoeien

bederven

werkwoord bəˈdɛrvə(n)

Betekenis

  1. iets kapot maken, doen verrotten, verknoeien
  2. iemand te veel verwennen
  3. verrotten, oneetbaar worden

Hoe spreek je bederven uit?

/bəˈdɛrvən/

Bederven bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bəˈdɛrvən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ə de
d dak
ɛ bed
r rood
v vis
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. kapotmaken, beschadigen obsolete, transitive
  2. verpesten, verknoeien figuratively, transitive
  3. naar een bedorven staat overgaan, verrotten ergative

Vervoeging van bederven

bedervenhele werkwoord — bedierfverleden tijd enkelvoud — bediervenverleden tijd meervoud — bedorvenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bederf bedierf
jij bederft bedierf
hij, zij, het bederft bedierf
wij bederven bedierven
jullie bederven bedierven
zij bederven bedierven
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
bederf gebiedende wijs
bederve aanvoegende wijs
bedervend onvoltooid, deelwoord
bedierf verleden tijd
bedorven verleden tijd, deelwoord
bedorven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bedorven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bedorven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bedorven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bedorven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bedorven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bedorven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bedorven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bedorven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bedorven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ben bedorven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bedorven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is bedorven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bedorven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bedorven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bedorven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bedorven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bedorven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bedorven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bedorven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bedorven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bedorven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bedorven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bedorven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bedorven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bedorven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bedorven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bedorven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bedorven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bedorven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bedorven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bedorven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bedorven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bedorven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bedorven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bedorven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bedorven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bederven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bedorven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bederven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bedorven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bedorven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bedorven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bedorven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bedorven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bedorven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bedorven voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bedorven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bedorven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bedorven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bedorven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bedorven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bedorven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bedorven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bedorven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bedorven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bedorven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bedorven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bedorven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bedorven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bederven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bederven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bederven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bedorven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bedorven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bedorven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bedorven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bedorven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bedorven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bedorven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn bedorven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bedorven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bedorven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bedorven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bederven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bederven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bederven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bedorven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bedorven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bedorven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bedorven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bedorven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bedorven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bedorven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bedorven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bedorven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bederven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bederven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bederven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bedorven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bedorven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bedorven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bedorven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bedorven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bedorven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bedorven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bedorven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bedorven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bederven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bedorven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bedorven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bedorven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bederven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bederven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bederven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bederven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bedorven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bedorven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bedorven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bedorven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bedorven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bedorven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bedorven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bedorven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bedorven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bederven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult bedorven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bedorven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bedorven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘beschadigen’ voor het eerst aangetroffen in 1265

Woordfamilie van bederven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bederft aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bederven
bederve aanvoegende wijs bederven
bedervend onvoltooid deelwoord bederven
bedervende woordvorm bederven
bedierf verleden tijd bederven
bedierven aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bederven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bederven zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over bederven

Hoe spreek ik bederven uit?
Zo spreek je bederven uit: /bəˈdɛrvə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van bederven?
Bederven is een werkwoord. De betekenis is: iets kapot maken, doen verrotten, verknoeien. In totaal staan er 6 betekenissen.
Hoe vervoeg ik bederven?
Zo vervoeg je bederven zo: de tegenwoordige tijd is bederf, de verleden tijd is bedierf en het voltooid deelwoord is bedorven. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op bederven?

In dit woordenboek rijmen 12 woorden op -erven op bederven, zoals conserven, erven en sterven. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op bederven, uitspraak bəˈdɛrvən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
conserven 3
erven 2
sterven 2
zwerven 2
beërven 3
aanbesterven 4
aanversterven 4
badkamerverven 5
gerven 2
hennepwerven 4
honderdwerven 4
scherven 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bederven is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. D 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. V 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bederven levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. D 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. V 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bederven in het kort

bederven staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 6 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van bederven staan er 76 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort bederven bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

bederven: iets kapot maken, doen verrotten, verknoeien
Deel bederven — standaardnederlands.nl