Naar de inhoud

snorkelen

het zwemmen in het water met een duikbril, snorkel, mogelijk duiklood en vaak ook zwemvinnen waarbij diegene met het gezicht naar beneden kijkt en via de snorkel ademhaalt

snorkelen

werkwoord

Betekenis

  1. het zwemmen in het water met een duikbril, snorkel, mogelijk duiklood en vaak ook zwemvinnen waarbij diegene met het gezicht naar beneden kijkt en via de snorkel ademhaalt

Vervoeging van snorkelen

snorkelenhele werkwoord — snorkeldeverleden tijd enkelvoud — snorkeldenverleden tijd meervoud — gesnorkeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik snorkel snorkelde
jij snorkelt snorkelde
hij, zij, het snorkelt snorkelde
wij snorkelen snorkelden
jullie snorkelen snorkelden
zij snorkelen snorkelden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gesnorkeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesnorkeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesnorkeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesnorkeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesnorkeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesnorkeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesnorkeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesnorkeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesnorkeld verleden tijd, deelwoord
gesnorkeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesnorkeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesnorkeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesnorkeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesnorkeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesnorkeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesnorkeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesnorkeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesnorkeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesnorkeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesnorkeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesnorkeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesnorkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesnorkeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesnorkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesnorkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesnorkeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
snorkel gebiedende wijs
snorkelde verleden tijd
snorkele aanvoegende wijs
snorkelend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesnorkeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te snorkelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen snorkelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gesnorkeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesnorkeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesnorkeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal snorkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal snorkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal snorkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gesnorkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesnorkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesnorkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou snorkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou snorkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou snorkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesnorkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesnorkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesnorkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden snorkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden snorkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden snorkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesnorkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt snorkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesnorkeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesnorkeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesnorkeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen snorkelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen snorkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen snorkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen snorkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesnorkeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult snorkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van snorkelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesnorkeld voltooid deelwoord snorkelen
snorkelde verleden tijd snorkelen
snorkelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon snorkelen
snorkele aanvoegende wijs snorkelen
snorkelend onvoltooid deelwoord snorkelen
snorkelende woordvorm snorkelen
snorkelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon snorkelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van snorkelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over snorkelen

Wat betekent snorkelen?
Snorkelen is een werkwoord. Het woord betekent: het zwemmen in het water met een duikbril, snorkel, mogelijk duiklood en vaak ook zwemvinnen waarbij diegene met het gezicht naar beneden kijkt en via de snorkel ademhaalt.
Hoe vervoeg je snorkelen?
Je vervoegt snorkelen als volgt: de tegenwoordige tijd is snorkel, de verleden tijd is snorkelde en het voltooid deelwoord is gesnorkeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord snorkelen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. N 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. K 3
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

snorkelen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. N 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. K 3
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 zonder bonus
  11. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

snorkelen in het kort

snorkelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van snorkelen zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort snorkelen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

snorkelen: het zwemmen in het water met een duikbril, snorkel, mogelijk duiklood en vaak ook zwemvinnen waarbij diegene met het gezicht naar beneden kijkt en via de snorkel ademhaalt
Deel snorkelen — standaardnederlands.nl