bolspel
zelfstandig naamwoord /bɔlspɛl/Betekenis
- Belgisch werpspel, met houten ronde schijven op een vlak onverhard omboord rechthoekig terrein. Was een populair caféspel tot na de tweede wereldoorlog.
- overdrachtelijk, een overdekte loods waar het spel kon gespeeld worden bij regenweer
Hoe spreek je bolspel uit?
/bɔlspɛl/
Bolspel bestaat uit twee lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɔ | bot |
| l | land |
| s | sok |
| p | pak |
| ɛ | bed |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bolspelen | meervoud |
| bolspellen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van bol en spel
Woordfamilie van bolspel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bolspelen | meervoud | bolspel |
| bolspellen | meervoud | bolspel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bolspel zijn vastgelegd.