belopen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- ergens overheen lopen
- een geschat bedrag hebben
Vervoeging van belopen
belopenhele werkwoord — beliepverleden tijd enkelvoud — beliepenverleden tijd meervoud — belopenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | beloop | beliep |
| jij | beloopt | beliep |
| hij, zij, het | beloopt | beliep |
| wij | belopen | beliepen |
| jullie | belopen | beliepen |
| zij | belopen | beliepen |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| beliep | verleden tijd |
| beloop | gebiedende wijs |
| belope | aanvoegende wijs |
| belopen | verleden tijd, deelwoord |
| belopen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| belopen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| belopen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| belopen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| belopen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| belopen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| belopen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| belopen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| belopen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| belopen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| belopend | onvoltooid, deelwoord |
| ben belopen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent belopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is belopen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was belopen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd belopen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt belopen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal belopen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal belopen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou belopen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou belopen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had belopen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had belopen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had belopen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden belopen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden belopen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden belopen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt belopen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb belopen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben belopen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben belopen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben belopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben belopen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt belopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft belopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft belopen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is belopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is belopen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te belopen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben belopen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen belopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart belopen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren belopen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren belopen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren belopen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was belopen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was belopen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was belopen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd belopen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd belopen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd belopen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden belopen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden belopen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden belopen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt belopen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word belopen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden belopen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden belopen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden belopen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt belopen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt belopen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal belopen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal belopen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal belopen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal belopen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal belopen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal belopen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal belopen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal belopen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal belopen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal belopen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn belopen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn belopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn belopen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt belopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou belopen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou belopen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou belopen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou belopen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou belopen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou belopen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou belopen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou belopen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou belopen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou belopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou belopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou belopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden belopen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden belopen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden belopen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden belopen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden belopen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden belopen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden belopen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden belopen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden belopen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden belopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden belopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden belopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt belopen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt belopen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt belopen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt belopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen belopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen belopen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen belopen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen belopen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen belopen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen belopen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen belopen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen belopen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen belopen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen belopen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen belopen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen belopen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen belopen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult belopen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult belopen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult belopen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult belopen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord beloop
Vervoeging van belopen
belopenhele werkwoord
Herkomst
Afgeleid van lopen met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van belopen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beliep | verleden tijd | belopen |
| beliepen | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | belopen |
| beloopt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | belopen |
| belopend | onvoltooid deelwoord | belopen |
| belopende | woordvorm | belopen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van belopen zijn vastgelegd.