bekijven
werkwoord bəˈkɛivə(n)Betekenis
- iemand ~ ruzie met iemand maken
Hoe spreek je bekijven uit?
/bəˈkɛivən/
Bekijven bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| k | kat |
| ɛi | trein |
| v | vis |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van bekijven
bekijvenhele werkwoord — bekeefverleden tijd enkelvoud — bekevenverleden tijd meervoud — bekevenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bekijf | bekeef |
| jij | bekijft | bekeef |
| hij, zij, het | bekijft | bekeef |
| wij | bekijven | bekeven |
| jullie | bekijven | bekeven |
| zij | bekijven | bekeven |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bekeef | verleden tijd |
| bekeven | verleden tijd, deelwoord |
| bekeven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bekeven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bekijf | gebiedende wijs |
| bekijve | aanvoegende wijs |
| bekijvend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bekeven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bekeven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bekeven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bekeven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bekeven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bekeven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bekeven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bekeven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bekeven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bekeven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bekeven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bekeven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bekeven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bekeven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bekeven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bekijven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bekeven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bekijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal bekeven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bekeven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bekeven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bekijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bekijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bekijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou bekeven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bekeven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bekeven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bekijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bekijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bekijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bekeven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bekeven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bekeven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bekijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bekijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bekijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bekeven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bekijven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bekeven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bekeven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bekeven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bekijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bekijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bekijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bekijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bekeven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bekijven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van kijven met het voorvoegsel be-.
Woordfamilie van bekijven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bekeef | verleden tijd | bekijven |
| bekeven | voltooid deelwoord | bekijven |
| bekijf | gebiedende wijs | bekijven |
| bekijft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bekijven |
| bekijve | aanvoegende wijs | bekijven |
| bekijvend | onvoltooid deelwoord | bekijven |
| bekijvende | woordvorm | bekijven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bekijven zijn vastgelegd.