Naar de inhoud

Verkeerd uitgesproken of gespelde woorden in het Nederlands

Sommige woorden gaan in spelling of uitspraak bijna altijd een beetje mis. Je zegt hanschoen, maar schrijft handschoen. Je zegt febuari, maar schrijft februari. Op deze pagina lees je waarom dat gebeurt, bij welke woorden het vaak misgaat en hoe je de juiste vorm onthoudt. Ook krijg je een paar handige trucs mee.

Door

Waarom gaat het bij sommige woorden vaak mis?

Een woord wordt vaak anders uitgesproken dan geschreven. Dat is niet vreemd, want de spelling wil de woordopbouw en de herkomst laten zien en niet precies weergeven hoe iets klinkt. De meeste fouten hebben een van deze oorzaken.

  • Klanken verdwijnen in de spreektaal. In een vlotte uitspraak valt een medeklinker in het midden van een woord soms weg, zoals de d in handschoen of de r in februari. Wie schrijft zoals hij spreekt, laat de letter dan weg.
  • De spelling toont de delen van een woord. Een samenstelling houdt de letters van beide delen, ook als je ze niet hoort. Dat geldt bijvoorbeeld voor scheidsrechter, waar de tussen-s niet opvalt.
  • Leenwoorden houden hun spelling. Woorden uit andere talen, zoals accommodatie en restaurant, volgen vaak de spelling van de taal waaruit ze komen.
  • Verschillende vormen klinken gelijk. Bij werkwoorden klinken vormen met t en met dt hetzelfde, zoals hij word en hij wordt. Aan de uitspraak hoor je het verschil dus niet.

Dat het vaak misgaat, wil dus niet zeggen dat de schrijver het niet kan. De spelling is gewoon lastig op deze punten, en je gehoor kan je daarbij op het verkeerde been zetten. Een woord goed spellen is dus iets anders dan een woord goed uitspreken.

Voorbeelden van woorden die vaak fout gaan

Hieronder staan zeven woorden waarbij uitspraak of spelling vaak misgaat. Bij elk woord zie je de juiste vorm en de reden.

  • Handschoen schrijf je met een d, omdat het woord is opgebouwd uit hand en schoen. In de uitspraak verdwijnt de d vaak.
  • Scheidsrechter heeft een tussen-s tussen scheid en rechter. Dat de s bijna niet te horen is, maakt hem makkelijk te vergeten.
  • Februari heeft twee keer een r: één na de b en één voor de i. Veel mensen zeggen febuari en laten de eerste r weg.
  • Accommodatie heeft twee keer een dubbele medeklinker, cc en mm. Dat komt door het Latijnse woord waaruit het is overgenomen.
  • Pinguïn krijgt een trema op de i, zodat je de u en de i los van elkaar uitspreekt. Een trema zie je ook in reünie.
  • Misschien bestaat uit mis en schien, dus je schrijft het met ss en ch. Wie schrijft wat hij hoort, schrijft vaak mischien.
  • Wordt schrijf je met dt bij hij wordt, maar zonder t in word je boos?, omdat daar je direct op het werkwoord volgt.

Bij bijna elk van deze woorden helpt het om het in delen te zien of de herkomst te kennen. Wie een woord eenmaal in delen heeft gezien, vergeet het meestal niet meer.

Hoe onthoud je de juiste vorm?

Met een paar vaste gewoonten voorkom je de meeste fouten. Je hebt er geen speciale kennis voor nodig.

  • Verleng het woord. Bij twijfel over d of t aan het eind helpt het om een meervoud te maken. Je schrijft hond met een d omdat het meervoud honden is.
  • Zoek de delen. Haal een samenstelling uit elkaar en schrijf beide delen volledig, zoals bij hand en schoen.
  • Let op leenwoorden. Kijk waar het woord vandaan komt. Dat verklaart vaak een vreemde letter of een dubbele medeklinker.
  • Zeg het woord eens langzaam. Spreek het uit in losse lettergrepen. Zo hoor je de klanken die in snelle spraak verdwijnen.
  • Zoek het op. Controleer twijfelgevallen in de Woordenlijst Nederlandse Taal, de officiële bron voor de spelling.

Maak er een gewoonte van om een nieuw woord meteen goed te leren. Zoek het op voordat je het voor het eerst opschrijft, dan hoef je later niet meer om te leren. Ook lezen helpt: wie veel leest, ziet de juiste spelling steeds opnieuw en onthoudt die zonder moeite.

Een slordige uitspraak in een gesprek is niet erg, zolang je de officiële spelling hanteert als je schrijft. Daarom is het slim om de woorden waar je steeds over twijfelt, op een lijstje te zetten.

Veelgestelde vragen

Waarom hoor je de d in handschoen niet?

In een vlotte uitspraak vallen medeklinkers in het midden van een woord vaak weg. Bij handschoen volgt de d op een n en komt er een s achter, en daardoor wordt de klank gemakkelijk weggelaten. De spelling laat toch de delen van het woord zien, namelijk hand en schoen. Je schrijft het woord dus met een d. Zo onthoud je dat de d erin hoort, ook al hoor je hem nauwelijks.

Wat is een trema en wanneer gebruik je het?

Een trema bestaat uit twee puntjes boven een klinker, zoals in pinguïn en reünie. Het geeft aan dat die klinker los van de klinker ervoor wordt uitgesproken. Zonder trema zou je de twee klinkers als één klank kunnen lezen. Je ziet het ook in meervouden als ideeën en zeeën. Of een woord een trema krijgt, staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal.

Wat is het verschil tussen een spelfout en een uitspraakvariant?

Een spelfout is een afwijking van de officiële spelling in de Woordenlijst. Een uitspraakvariant is een andere manier om hetzelfde woord te zeggen. Zulke varianten hangen samen met de streek of met de situatie, en ze zijn vaak niet fout. In een gesprek zegt bijna iedereen hanschoen, terwijl de spelling handschoen is. Voor schrijven geldt dus een vaste norm, voor spreken een grotere ruimte.