Naar de inhoud

Woorden uit het Engels: leenwoorden en alternatieven

Het Engels levert het Nederlands steeds meer woorden. Je zegt computer, weekend en deadline zonder erbij na te denken. Op deze pagina lees je hoe die woorden binnenkwamen, hoe je ze in zinnen gebruikt en vervoegt, en wanneer een Nederlands alternatief handiger is. Met veel voorbeelden uit het dagelijks leven van nu.

Door

Waarom steeds meer Engelse woorden?

Vooral sinds de Tweede Wereldoorlog neemt de invloed van het Engels in het Nederlands toe. Films, muziek en televisie uit de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk brachten de taal in onze huiskamers. Later volgden computers, internet en sociale media, waarbij de nieuwe woorden bijna altijd uit het Engels kwamen. Ook in het bedrijfsleven en de wetenschap is Engels vaak de voertaal, en veel Nederlanders raken dagelijks aan Engelse termen gewend.

Je kunt de Engelse woorden in het Nederlands grofweg in vier groepen verdelen. Sommige woorden nemen we ongewijzigd over, zoals computer, weekend en team. Andere passen we aan, vooral werkwoorden: mailen, downloaden, chatten en appen. Een derde groep bestaat uit woorden die in het Nederlands zijn bedacht met Engelse onderdelen. En ten slotte zijn er vertaalde constructies.

Veel van deze woorden gebruiken we omdat ze kort zijn en een nieuw begrip direct benoemen. Voor een laptop bestaat geen even handig Nederlands woord, en ook software is gewoon ingeburgerd. Een Nederlands alternatief klinkt soms omslachtig of oogt als een geforceerde vertaling. Bij andere woorden bestaat er wel een goed alternatief, bijvoorbeeld vergadering naast meeting.

Taalkundigen noemen zulke Engelse woorden en uitdrukkingen in andere talen anglicismen. Dat is een neutrale term, die niets zegt over of het gebruik goed of fout is.

Voorbeelden uit het dagelijks leven

Deze voorbeelden laten zien welke vormen Engelse woorden in het Nederlands kunnen aannemen.

  • computer: een woord dat we ongewijzigd overnemen, met het meervoud computers.
  • mailen: een Engelse stam met een Nederlandse uitgang, dus je zegt ik mail en ik heb gemaild.
  • downloaden: eindigt in de stam op een d, dus het voltooid deelwoord is gedownload.
  • chatten: heeft een stam die op een t eindigt, dus je zegt ik heb gechat.
  • appen: een Nederlands werkwoord, gevormd van het woord app, met het deelwoord geapt, omdat de stam op een p eindigt.
  • deadline: heeft in een formele tekst het alternatief uiterste datum, dat voor iedere lezer, ook zonder kennis van het Engels, meteen duidelijk is.
  • weekend: een samenstelling die we ongewijzigd overnemen en die in zinnen als dit weekend gewoon Nederlands klinkt.
  • laptop: een Engelse samenstelling waarvoor het Nederlands geen even handig woord heeft, dus gebruiken we het woord zoals het is.
  • beamer: een woord dat Nederlandse sprekers hebben gevormd, terwijl Engelssprekenden een ander woord gebruiken voor het apparaat.
  • smoking: in het Nederlands een pak voor feestelijke gelegenheden, terwijl het Engelse woord daarvoor dinner jacket is.
  • feedback: wordt vaak vervangen door terugkoppeling in een brief of een formele tekst.

Zo zie je dat Engelse woorden zich aan de Nederlandse spelling en vervoeging aanpassen, vooral bij werkwoorden, ook al blijft hun herkomst zichtbaar.

Werkwoorden, spelling en alternatieven

Engelse werkwoorden krijgen in het Nederlands de gewone Nederlandse uitgangen. Je maakt de persoonsvorm zoals bij elk ander werkwoord: ik mail, jij mailt, hij mailt. Het voltooid deelwoord vorm je met de ’t kofschip-regel, die kijkt naar de laatste klank van de stam. Zo krijg je gemaild, gedownload en gechat.

Samenstellingen met een Engels woord schrijf je aan elkaar, net als alle andere Nederlandse samenstellingen: laptoptas en smartphonehoesje. Een koppelteken gebruik je alleen als een samenstelling anders onduidelijk wordt of bij bepaalde afkortingen zoals t-shirt en e-mail. In het Engels zet men zulke woorden vaak los, maar dat is in het Nederlands niet gebruikelijk.

Wanneer kies je een Nederlands woord? Dat hangt af van je lezer en je doel. In een brief aan klanten of in een officiële tekst is uiterste datum duidelijker dan deadline. Onder collega’s of vrienden valt het Engelse woord minder op. Het gaat er dus vooral om dat je lezer je begrijpt. Een goede vuistregel is om bij twijfel het woord te kiezen dat je lezer het snelst begrijpt.

Taal verandert nu eenmaal. Wat nu nog nieuw voelt, staat over een paar jaar gewoon in het woordenboek, zoals dat met veel oudere leenwoorden ook is gegaan.

Veelgestelde vragen

Wat is een anglicisme?

Een anglicisme is een Engels woord, uitdrukking of zinsconstructie die in een andere taal wordt gebruikt. In het Nederlands zijn computer en weekend bekende voorbeelden. Er zijn ook anglicismen die geen losse woorden zijn, maar vertaalde constructies. De term zegt niets over de kwaliteit: het gaat om een beschrijving, niet om een oordeel. Of een anglicisme goed past, hangt af van de situatie en de lezer.

Hoe vervoeg je Engelse werkwoorden zoals mailen en downloaden?

Engelse werkwoorden vervoeg je volgens de Nederlandse regels. Je zoekt de stam, dat is de ik-vorm, en voegt de uitgang toe die bij de persoon hoort. Voor het voltooid deelwoord kijk je naar de laatste letter van de stam. Eindigt die op een van de letters van ’t kofschip, dan krijg je een t, anders een d. Dat levert gemaild en gechat op, en gedownload voor een stam die op d eindigt.

Zijn Engelse leenwoorden een bedreiging voor het Nederlands?

Taalkundigen zien dat meestal niet zo. Woorden lenen is iets wat alle talen doen, en de grammatica van het Nederlands blijft Nederlands. De nieuwe woorden passen zich aan onze spelling en vervoeging aan. Wel kan het zinvol zijn om in bepaalde situaties, zoals bij overheidsteksten, een Nederlands woord te kiezen. Zo blijft een tekst voor zoveel mogelijk mensen begrijpelijk.