Naar de inhoud

Woorden in Nederland en Vlaanderen: andere betekenis

Nederlanders en Vlamingen spreken dezelfde taal, maar gebruiken niet altijd dezelfde woorden. Soms bestaat er voor één zaak een ander woord, en soms betekent hetzelfde woord iets anders. Op deze pagina lees je waar die verschillen vandaan komen, welke voorbeelden je kent en hoe je er in je eigen teksten verstandig mee omgaat.

Door

Waarom verschilt de woordenschat?

Het Nederlands wordt in Nederland, Vlaanderen, Suriname en op enkele eilanden gesproken. In Nederland en in Vlaanderen bestaat een eigen vorm van de standaardtaal. Beide vormen zijn volwaardig Nederlands. De Nederlandse Taalunie, een organisatie waarin Nederland, Vlaanderen en Suriname samenwerken, zorgt ervoor dat ze dezelfde spelling gebruiken, onder meer via de Woordenlijst Nederlandse Taal, ook bekend als het Groene Boekje.

De verschillen in woordenschat hebben historische oorzaken. Sinds de late zestiende eeuw ontwikkelden het noorden en het zuiden zich bestuurlijk apart. Later werd België een zelfstandige staat, waarin ook het Frans een grote rol speelde. Daardoor nam het Nederlands in Vlaanderen meer Franse woorden over dan in Nederland. Ook in uitspraak en zinsbouw zijn er kleine verschillen, maar in de woordenschat vallen ze het meest op.

Je kunt de verschillen grofweg in drie groepen verdelen:

  • een andere naam voor dezelfde zaak, zoals patat en frieten;
  • hetzelfde woord met een andere betekenis, zoals zetel;
  • een woord dat in het ene gebied vaak voorkomt en in het andere nauwelijks, zoals goesting, dat in Vlaanderen zin of trek betekent.

Geen van deze woorden is fout of beter dan de andere. Ze horen bij de taalvariant van de streek en worden daar dagelijks gebruikt, ook in nette taal.

Voorbeelden van woorden met een ander gebruik

Hieronder staan zes voorbeelden. Bij elk voorbeeld zie je wat het verschil is tussen Nederland en Vlaanderen.

  • Zetel betekent in Vlaanderen ook een bank om op te zitten. In Nederland denken veel mensen bij dit woord vooral aan een zitplaats in het parlement.
  • Kot is in Vlaanderen een studentenkamer, zoals in op kot gaan. In Nederland komt het vooral voor in samenstellingen als varkenskot, waarbij het om een hok gaat.
  • Schoon betekent in Nederland vooral niet vuil. In Vlaanderen hoor je het ook voor mooi, bijvoorbeeld in een schone dag.
  • Voetpad is in Vlaanderen het deel langs de weg voor voetgangers. In Nederland zeg je dan stoep of trottoir, en een voetpad is een pad door een park of bos.
  • Wethouder en schepen zijn namen voor ongeveer dezelfde bestuursfunctie in een gemeente. Beide functies bestaan binnen het gemeentebestuur, maar het eerste woord hoort bij Nederland en het tweede bij Vlaanderen.
  • Patat en frieten noemen hetzelfde gerecht, maar het ene woord is typisch Nederlands en het andere typisch Vlaams.

Aan deze voorbeelden zie je dat niet alleen woorden verschillen, maar ook de betekenissen die ze krijgen. Wie een Vlaamse tekst leest, kan een woord dus herkennen en toch iets anders begrijpen dan de schrijver bedoelt. Het loont daarom om bij twijfel naar de rest van de zin te kijken.

Hoe ga je met deze verschillen om?

Wie schrijft voor lezers in beide landen, doet er goed aan na te denken over de woordkeuze. Een woord dat in Nederland gewoon is, kan in Vlaanderen vreemd of verwarrend klinken, en omgekeerd. Misverstanden ontstaan vooral bij woorden die in beide landen bestaan, maar iets anders betekenen.

Voor bedrijven, scholen en overheden is dit extra belangrijk, omdat zij vaak lezers in beide landen bereiken. Er zijn een paar praktische richtlijnen.

  • Kies waar mogelijk een woord dat in beide gebieden gebruikelijk is.
  • Gebruik een regionaal woord alleen als je doelgroep het ook kent.
  • Leg een woord kort uit als je het niet kunt vermijden.
  • Raadpleeg een woordenboek, want dat geeft vaak aan of een woord vooral in Vlaanderen of in Nederland voorkomt.

Ook bij het lezen helpt de context. Staat er in een Vlaamse tekst dat iemand een zetel koopt, dan gaat het waarschijnlijk om een bank en niet om een plaats in het parlement. De rest van de zin vertelt je meestal welke betekenis bedoeld is.

Belangrijker nog is de houding. Een regionaal woord is geen fout, en een Vlaming die goesting zegt, spreekt even correct als een Nederlander die dat niet doet. Wie dat weet, leest verschillen als een extra kleur in de taal en niet als een afwijking.

Veelgestelde vragen

Is Vlaams een aparte taal?

Nee, Vlaams is geen aparte taal. In Vlaanderen spreken mensen Nederlands, zowel in de standaardtaal als in dialecten. Met Vlaams bedoelt men meestal het Nederlands zoals het in Vlaanderen wordt gesproken, met zijn eigen woorden en uitspraak. Ook in Nederland bestaan er veel dialecten, die verschillen van de standaardtaal. Voor de officiële spelling gebruiken beide landen dezelfde woordenlijst.

Welke variant van het Nederlands is de juiste?

Beide varianten zijn juist. Er bestaat geen versie die beter is dan de andere. Het Nederlands van Vlaanderen en het Nederlands van Nederland zijn allebei standaardtaal, met eigen voorkeuren in woordgebruik en uitspraak. Welk woord je kiest, hangt af van je lezer en van de situatie. Schrijf je voor een publiek in beide landen, kies dan een woord dat iedereen begrijpt.

Waarom begrijpen Nederlanders en Vlamingen elkaar soms verkeerd?

Misverstanden komen vooral voor bij woorden die in beide landen bestaan maar iets anders betekenen. Wie dan het eigen woordgebruik als vanzelfsprekend neemt, begrijpt de ander verkeerd. Bij woorden die maar in één land bestaan, merkt de luisteraar dat meteen en kan hij gewoon vragen wat er bedoeld wordt. Meestal blijft het daarom bij een kleine grap of een vraag. Met een beetje aandacht voor elkaars woorden gaat de communicatie prima.