Naar de inhoud

Nieuwe Nederlandse woorden: zo worden ze gemaakt

Het Nederlands krijgt voortdurend nieuwe woorden. Sommige verdwijnen snel, andere worden gewoon taalgebruik. Dat gebeurt volgens vaste patronen. Op deze pagina lees je hoe nieuwe woorden ontstaan: door samenstelling, afleiding, ontlening en inkorting. Je ziet ook met welke voorbeelden dat werkt en hoe een nieuw woord uiteindelijk in een woordenboek of woordenlijst terechtkomt.

Door

Vier manieren om een nieuw woord te maken

Nieuwe woorden vallen zelden uit de lucht. Meestal gebruiken taalgebruikers materiaal dat al bestaat. De vier belangrijkste manieren zijn samenstelling, afleiding, ontlening en inkorting. Dat zijn vaste patronen, die je ook bij veel andere woorden terugziet.

Samenstelling is de meest productieve weg in het Nederlands. Je plakt twee bestaande woorden aan elkaar en schrijft ze als één woord: thuiswerken, bezorgmaaltijd, klimaatakkoord. Het laatste deel bepaalt de woordsoort en het lidwoord. Een maaltijd is de maaltijd, dus het is ook de bezorgmaaltijd.

Afleiding betekent dat je een voor- of achtervoegsel aan een bestaand woord vastmaakt. Met -baar maak je deelbaar, met -heid maak je beschikbaarheid. Ook een voorvoegsel als her- levert nieuwe woorden op, zoals herstarten.

Ontlening is het overnemen van een woord uit een andere taal. Het Nederlands leende door de eeuwen heen uit onder meer het Frans, het Duits en het Engels. Vaak past men de spelling of de uitspraak een beetje aan, zodat het woord goed in het Nederlands past.

Inkorting ontstaat als een lang woord in het dagelijks gebruik te omslachtig is. Zo werd fotografie in de omgang foto en wordt een mobiele telefoon vaak kortweg een mobiel genoemd. Zulke korte vormen klinken eerst informeel, maar worden vaak snel normaal.

Voorbeelden van nieuwe woorden

Hieronder zie je hoe dezelfde manieren van woordvorming in echte woorden terugkomen.

  • thuiswerken: een samenstelling van thuis en werken, waarbij twee bestaande woorden samen één nieuw begrip vormen.
  • klimaatneutraal: een samenstelling van een zelfstandig en een bijvoeglijk naamwoord, die laat zien dat je ook bijvoeglijke naamwoorden kunt samenstellen.
  • ontvrienden: een afleiding met het voorvoegsel ont-, dat hier de omgekeerde handeling aangeeft, zoals ook in ontkoppelen.
  • lockdown: een leenwoord uit het Engels dat in 2020 ineens heel gewoon werd, en dat men zonder aanpassing van de spelling overnam.
  • appen: een Engelse afkorting die in het Nederlands een werkwoord werd en gewoon vervoegd wordt, bijvoorbeeld ik app en hij appt.
  • muis: een bestaand woord dat een nieuwe betekenis kreeg, namelijk het apparaatje bij je computer, omdat het vorm en beweging van het dier doet denken.
  • foto: een inkorting van fotografie die zo gewoon is geworden dat de meeste mensen de langere vorm nauwelijks nog gebruiken.

Je ziet dus dat een nieuw woord zelden helemaal nieuw is. Er zit bijna altijd een bekend onderdeel in, en dat maakt het woord makkelijk te begrijpen. De vorm zegt ook iets over de herkomst: een samenstelling schrijf je aan elkaar, en een leenwoord houdt vaak de oorspronkelijke spelling.

Hoe een woord in het woordenboek komt

Niet elk nieuw woord blijft bestaan. Veel woorden duiken kort op in de krant of op sociale media en verdwijnen daarna weer. Een woord heeft een grotere kans als het een gat in de taal vult en makkelijk te gebruiken is. Ook de toon speelt mee: een woord uit de spreektaal heeft vaak lang nodig voordat het in nette teksten wordt geaccepteerd.

Woordenboekmakers volgen die ontwikkeling nauwkeurig. Zij onderzoeken grote verzamelingen teksten, de zogeheten corpora, en kijken hoe vaak een woord voorkomt, in welke soort teksten en over welke periode. Een woord dat alleen in één groep of één jaar opduikt, krijgt meestal geen plek. Een woord dat bij verschillende schrijvers en in verschillende jaren terugkomt, wel.

Voor de spelling is de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie leidend, ook wel bekend als het Groene Boekje. Die lijst bepaalt hoe je een woord schrijft, bijvoorbeeld of het aan elkaar of los moet. Een uitgebreid woordenboek als Van Dale beschrijft daarnaast de betekenis en het gebruik.

Opname in zo'n boek is dus geen goedkeuring, maar vooral een vaststelling: dit woord wordt echt gebruikt. Het is bovendien een gevolg van gebruik en geen voorwaarde. Een woord is al gewoon Nederlands zodra genoeg mensen het begrijpen en gebruiken.

Veelgestelde vragen

Wie bepaalt of een nieuw woord echt Nederlands is?

Niemand bepaalt dat in zijn eentje. Een woord wordt gewoon Nederlands doordat veel mensen het gebruiken en begrijpen. Woordenboekmakers leggen dat gebruik vast, maar zij vinden de woorden niet uit. De Taalunie bepaalt wel de officiële spelling in de Woordenlijst, zodat je weet hoe je een woord schrijft. Of een woord mooi of nodig is, blijft een kwestie van smaak.

Zijn leenwoorden uit het Engels slecht voor het Nederlands?

Nee, leenwoorden zijn een normaal verschijnsel. Het Nederlands nam in de loop van de eeuwen ook veel woorden uit het Frans en het Duits over. Veel van die woorden voelen nu helemaal Nederlands aan. Een leenwoord kan wel handig zijn als er nog geen goed Nederlands woord voor bestaat. Ligt er al een duidelijk Nederlands alternatief, dan kun je dat natuurlijk gewoon gebruiken.

Hoe schrijf je een nieuw woord als het nog niet in de Woordenlijst staat?

Kijk eerst of er een vergelijkbaar woord staat dat je als voorbeeld kunt nemen. Samenstellingen schrijf je in het Nederlands meestal aan elkaar. Gebruik een koppelteken alleen als de regels daarom vragen, bijvoorbeeld om verwarring te voorkomen. Bij twijfel kun je opzoeken of het woord elders al in gebruik is. Zo kom je meestal op een schrijfwijze die klopt met de regels.