Woorden uit het Frans: herkomst en voorbeelden
Veel woorden die je dagelijks gebruikt, komen oorspronkelijk uit het Frans. Denk aan bureau, paraplu en garage. Op deze pagina lees je hoe die woorden in het Nederlands terechtkwamen, waaraan je ze herkent en hoe je ze uitspreekt. Je ziet ook welke Franse klanken en spellingen in het Nederlands zijn blijven bestaan.
Door Maarten Soetens
Hoe het Frans in het Nederlands kwam
Het Frans was eeuwenlang een prestigetaal in West-Europa. In de late Middeleeuwen regeerden de Bourgondische hertogen over grote delen van de Lage Landen, en aan hun hof sprak men Frans. Later werd het Frans de taal van adel, diplomatie en cultuur in heel Europa. Wie bij de betere kringen wilde horen, nam Franse woorden en manieren over.
Een tweede golf kwam in de Franse tijd, van 1795 tot 1813. Frankrijk bestuurde toen ons land, en dat leverde veel woorden op uit bestuur en recht, zoals douane en politie. Ook mode, eten en wonen kregen een Frans tintje. Zo hebben we woorden als fauteuil, plafond, saus en restaurant.
Sommige Franse woorden zijn zo oud dat je ze niet meer als Frans herkent. Het woord kussen, in de betekenis van hoofdkussen, gaat terug op een Oudfrans woord, net als gordijn. Zulke woorden hebben zich helemaal aan het Nederlands aangepast, in klank en in spelling.
Jongere leenwoorden herken je vaak aan hun uitgang. Woorden op -age, zoals garage en bagage, of op -eur, zoals chauffeur, zijn bijna altijd Frans. Ook hebben veel van deze woorden de klemtoon op de laatste lettergreep, zoals chauffeur en trottoir. Dat is een kenmerk van het Frans dat je in oorspronkelijk Nederlandse woorden minder vaak tegenkomt.
Voorbeelden van Franse woorden
Deze voorbeelden laten zien hoe Franse woorden in het Nederlands klinken en geschreven worden.
- bureau: het Franse eau klinkt als een lange o, dus je zegt ‘bureau’ met een o aan het einde.
- paraplu: komt van het Franse woord voor een scherm tegen de regen en heeft in het Nederlands een korte, eigen vorm gekregen.
- garage: de g wordt hier als een zj uitgesproken, een klank die in het Nederlands vooral in leenwoorden voorkomt.
- chauffeur: de ch klinkt als sj en de eu-klank is dezelfde als in het Nederlandse woord deur.
- trottoir: de uitgang -oir klinkt als ‘waar’, dus je zegt ‘trotwaar’.
- portemonnee: bevat de Franse delen voor ‘dragen’ en ‘geld’, maar heeft een Nederlandse spelling gekregen.
- cadeau: net als bij bureau klinkt eau als een o, en naast deze spelling bestaat ook de aangepaste spelling kado.
- restaurant: eindigt in het Frans op een nasale klank, maar in het Nederlands zeggen we een gewone n gevolgd door een t.
- journaal: de j klinkt als zj en de uitgang is aan het Nederlands aangepast.
Deze woorden laten zien dat we de Franse spelling vaak houden, terwijl de uitspraak meestal wordt aangepast aan de Nederlandse klanken. Daardoor klinken Franse woorden in onze mond net iets anders dan in Parijs.
Uitspraak en spelling van Franse woorden
Franse woorden behouden meestal hun Franse spelling, maar de uitspraak past zich aan de Nederlandse klanken aan. Dat levert een aantal vaste patronen op. De klank zj komt voor in garage, jury en genie. De klank sj hoor je in chef en champagne. De lettercombinatie eau spreek je uit als o, zoals in cadeau en niveau, en oi klinkt als ‘wa’, zoals in toilet.
Nasale klinkers kent het Nederlands niet. Daarom zeggen we in balkon en restaurant meestal een gewone n of een nt. De uitspraak van Franse leenwoorden verschilt dus van die in het Frans zelf. Dat is normaal: elke taal past leenwoorden aan zijn eigen klanksysteem aan.
Het meervoud van Franse woorden krijgt in het Nederlands meestal een -s, zoals in garages en chauffeurs. Bij twijfel over de spelling kijk je in de Woordenlijst Nederlandse Taal. Zo staat cadeau daar naast de aangepaste spelling kado.
Ook de betekenis kan verschuiven. Een woord kan in het Frans iets anders betekenen dan in het Nederlands. Ga er dus niet van uit dat een Frans woord in onze taal hetzelfde betekent als in het Frans zelf. Controleer het bij twijfel in een woordenboek, dat meestal ook de herkomst van het woord noemt.
Veelgestelde vragen
Waarom heeft het Nederlands zoveel Franse woorden?
Daarvoor zijn historische redenen. In de late Middeleeuwen sprak de elite aan het Bourgondische hof Frans, en daarna bleef het Frans eeuwenlang de taal van adel en diplomatie. In de Franse tijd bestuurde Frankrijk ons land, wat nieuwe woorden in bestuur en recht bracht. In België was het Frans bovendien lang de taal van bestuur en onderwijs. Daardoor staan veel Franse woorden nu gewoon in het Nederlandse woordenboek.
Hoe spreek je de g in garage uit?
In het Frans en in veel Nederlandse uitspraken klinkt de g in garage als een zj. Dat is een stemhebbende variant van de sj-klank. Veel Nederlandse sprekers gebruiken ook een stemloze sj, en dat is gewoon in de omgangstaal. Beide uitspraken komen voor en worden begrepen. Een harde Nederlandse g klinkt in dit woord vreemd.
Hoe herken je een Frans leenwoord?
Op sommige kenmerken kun je een Frans woord vaak herkennen. Denk aan uitgangen als -age, -eur, -eau en -oir. Ook klanken als zj en sj, die in oorspronkelijke Nederlandse woorden weinig voorkomen, wijzen op een Franse herkomst. Een klemtoon op de laatste lettergreep komt ook vaak voor. Zeker weten doe je het echter alleen door het woord in een etymologisch woordenboek op te zoeken.