Au of ou: zo kies je de juiste spelling in een woord
Au en ou klinken in het Nederlands hetzelfde, maar je schrijft ze op een andere manier, zoals in blauw en vrouw. Op deze pagina leer je de hoofdregel, de vaste groep woorden op -auw en de leenwoorden met au, zodat je steeds de juiste spelling kiest. Met voorbeelden zie je het steeds terug.
Door Maarten Soetens
Eén klank, twee spellingen
De klank in blauw en vrouw is dezelfde. In het Nederlands schrijf je hem met au of met ou. Je hoort het verschil dus niet, en daarom moet je de spelling leren. Gelukkig is er een hoofdregel: in gewone Nederlandse woorden schrijf je meestal ou, en au is veel zeldzamer.
Ou schrijf je in veel alledaagse woorden:
- Woorden met ou binnenin: oud, koud, goud, hout, zout en houden.
- Woorden op -ouw: vrouw, trouw, bouw, jouw, touw en mouw.
Au komt voor in een kleine, vaste groep woorden die op -auw eindigen: blauw, flauw, lauw, grauw, nauw, gauw en pauw. Die groep moet je leren, want er is geen regel waaraan je ze herkent. Daarnaast komt au voor in leenwoorden, zoals auto, pauze, sauna en augustus.
Ook bij werkwoorden zie je dit terug. De werkwoorden houden, trouwen, bouwen en vouwen hebben ou, en alleen kauwen en miauwen hebben au. De spelling blijft in alle vormen gelijk, dus je schrijft ik bouw, wij bouwen en gebouwd.
Als je een onbekend woord tegenkomt, schrijf je dus eerst ou, tenzij het een leenwoord of een van de vaste -auw-woorden is. Dat is een veilige keuze, want de woorden met ou vormen veruit de grootste groep. De uitzonderingen zijn goed te overzien. Met een korte lijst van de -auw-woorden en een paar leenwoorden kom je al een heel eind.
Voorbeelden met au en ou
Hieronder zie je woorden met au en ou. Bij elk woord staat waarom het zo wordt gespeld.
- oud is een gewoon Nederlands woord met ou, en de vormen oude en ouder houden die spelling.
- hout heeft ou, net als het meervoud houten.
- vrouw eindigt op -ouw, net als trouw en jouw.
- blauw eindigt op -auw, en dat hoort bij de kleine vaste groep woorden met au.
- nauw is ook een woord op -auw, net als gauw en lauw.
- kauwen heeft au, en je gebruikt dat ook in gekauwd.
- auto is een leenwoord met au, dus er geldt geen regel van ou.
- pauze is een leenwoord met au, net als sauna en augustus.
- houden heeft ou, en dat geldt ook voor ik hou en gehouden.
- bouwen heeft ou, net als het zelfstandig naamwoord bouw.
- lauw is een woord op -auw en hoort dus bij de vaste groep met au.
- route heeft ou, maar klinkt als oe, omdat het een Frans leenwoord is.
Bij een woord op -auw kijk je het na, en bij een Nederlands woord kies je meestal ou. Leenwoorden moet je afzonderlijk leren. Zo oefen je met alle soorten woorden uit deze lijst. Kijk daarbij steeds eerst naar het einde van het woord. Probeer ze zelf uit het hoofd te schrijven en controleer daarna of je ze goed hebt.
Zo kies je tussen au en ou
Ga bij twijfel in drie stappen te werk. Kijk eerst of het woord een leenwoord is. Leenwoorden zoals auto, pauze, sauna en augustus hebben au. Eindigt het woord op een klank als in vrouw, controleer dan of het tot de vaste groep woorden op -auw hoort. Zo niet, dan schrijf je -ouw. Schrijf in alle andere gevallen ou.
Gebruik ook de woordfamilie. De spelling blijft hetzelfde in alle vormen: blauw – blauwe, oud – ouder – oude, hout – houten en vrouw – vrouwen. Weet je de spelling van één vorm, dan weet je de spelling van de andere vormen.
Let op deze punten:
- In Franse leenwoorden zoals route, souvenir en bouquet klinkt ou als oe. Dat is dus een andere klank dan in oud.
- Schrijf geen au in gewone Nederlandse woorden als oud, koud en hout.
- Schrijf geen ou in blauw, nauw en gauw.
Weet je het nog steeds niet zeker? Zoek het woord op in de Woordenlijst Nederlandse Taal. Typ het woord in en je ziet direct hoe je het schrijft, met au of met ou. Maak er een gewoonte van een nieuw leenwoord altijd één keer op te zoeken. Zo bouw je geleidelijk een eigen lijstje op van woorden waar je vaak over twijfelt. Na een tijdje ken je ze uit het hoofd. Dat geeft zekerheid.
Veelgestelde vragen
Schrijf je blauw met au of ou?
Je schrijft blauw met au. Het woord hoort bij een kleine vaste groep woorden op -auw. Daartoe behoren ook flauw, lauw, grauw, nauw en gauw. Er is geen regel waarmee je die woorden herkent, dus je moet ze onthouden. De bijvoeglijke vorm blauwe houdt dezelfde spelling.
Wanneer schrijf je -auw en wanneer -ouw?
Je schrijft -auw alleen in de kleine vaste groep woorden zoals blauw, flauw, lauw, grauw, nauw, gauw en pauw. In alle andere woorden schrijf je -ouw, zoals in vrouw, trouw, bouw, jouw, touw en mouw. De groep met -ouw is dus veel groter. Leer daarom de woorden met -auw en schrijf bij de rest -ouw.
Waarom schrijf je route met ou?
Route is een Frans leenwoord en is gespeld zoals in het Frans. Daar staat ou voor de klank oe. Je zegt in het Nederlands dan ook roete, en niet het woord met de klank van oud. Hetzelfde geldt voor souvenir en bouquet. Bij zulke leenwoorden helpt de Nederlandse regel voor au en ou dus niet.