Dubbele punt gebruiken: regels en voorbeelden
De dubbele punt kondigt iets aan: een opsomming, een citaat of een uitleg. Deze pagina laat zien wanneer je een dubbele punt gebruikt en wanneer niet. Je leest ook wat er na het teken komt, zoals een kleine letter of een hoofdletter, en welke fouten je makkelijk kunt vermijden als je zinnen opbouwt.
Door Maarten Soetens
Wanneer zet je een dubbele punt?
De dubbele punt (:) kondigt iets aan. Het stuk achter het teken legt uit wat ervoor staat, werkt het uit of geeft het woord aan iemand anders. Je gebruikt hem in vier situaties, die hieronder staan.
- Opsomming. Een volledige zin kondigt een opsomming aan: Je hebt drie dingen nodig: een pen, papier en een liniaal.
- Aanhaling of directe rede. Voor wat iemand zegt of schrijft: Ze zei: „Ik kom morgen.”
- Uitleg of conclusie. Het stuk na de dubbele punt verklaart of vat samen wat ervoor staat: Het antwoord is simpel: hij had geen tijd.
- Aankondiging of label. Je gebruikt hem na een kort woord dat aangeeft wat volgt: Let op: de deur sluit automatisch. Of in een formulier: Naam: Lisa de Vries.
De zin voor de dubbele punt is meestal op zichzelf compleet. Je kunt er een punt achter zetten zonder dat de zin onaf voelt. Dat is een handige test: staat er voor de dubbele punt een volledige zin, dan klopt het teken meestal.
Schrijf geen spatie voor de dubbele punt en wel één spatie erna. Gebruik het teken ook niet te vaak, want het trekt de aandacht. Staan er in één alinea drie dubbele punten, dan wordt de tekst onrustig om te lezen.
Voorbeelden van de dubbele punt
Bij elke zin hieronder staat waarom de dubbele punt daar goed is.
- Je hebt vier dingen nodig: een tent, een slaapzak, een lamp en een tas. Een complete zin kondigt hier een opsomming aan.
- Hij schreeuwde: „Pas op!” De dubbele punt staat voor een aanhaling die iemand uitspreekt.
- De reden is eenvoudig: de winkel was dicht. Het stuk na de dubbele punt geeft de uitleg bij het woord eenvoudig.
- Let op: de deur sluit automatisch. Het woord let op is een aankondiging van wat volgt.
- Naam: Lisa de Vries. In een formulier staat de dubbele punt tussen het label en de ingevulde gegevens.
- Het weer was prachtig: de zon scheen de hele dag. De tweede helft werkt uit waarom het weer prachtig was.
- Mijn advies: neem de trein van acht uur. Het woord advies kondigt aan wat dat advies precies inhoudt.
- Er is maar één regel: wees op tijd. Het stuk achter de dubbele punt noemt de regel die ervoor wordt aangekondigd.
- Ik heb één wens: een rustige vakantie. Het stuk na de dubbele punt vertelt wat die wens is.
In al deze zinnen vormt het deel vóór de dubbele punt een zelfstandig geheel. Het deel erna sluit daar direct op aan, als aankondiging, uitleg of aanhaling. Zo weet de lezer na de dubbele punt precies wat er komt.
Hoofdletters en veelgemaakte fouten
Hoofdletter of kleine letter. Na een dubbele punt schrijf je in principe een kleine letter: Ik neem mee: een jas en een muts. Een hoofdletter komt alleen als het volgende woord een eigennaam is, zoals Ik reis naar twee landen: Spanje en Portugal, of als er een aangehaalde zin volgt: Hij vroeg: „Kom je morgen?” Volgen er meerdere volledige zinnen, dan begin je die ook met een hoofdletter.
Geen dubbele punt midden in een zin. Is het stuk voor de dubbele punt geen volledige zin, dan laat je het teken weg. Je schrijft dus niet De kleuren zijn: rood, wit en blauw, maar De kleuren zijn rood, wit en blauw. Hetzelfde geldt na een voorzetsel of na een werkwoord dat nog een voorwerp nodig heeft: Ik koop appels en peren, zonder dubbele punt.
Geen dubbele punt voor een bijzin. Na een zin als Ik zie staat geen dubbele punt, ook niet als er een bijzin volgt: Ik zie dat het regent.
Let ten slotte op de combinatie met andere tekens. Aan het eind van een aanhaling zet je de punt, het vraagteken of het uitroepteken binnen de aanhalingstekens als het bij de aangehaalde zin hoort. Hoort het bij de hele zin, dan staat het erna.
Veelgestelde vragen
Schrijf je na een dubbele punt een hoofdletter?
Meestal niet. Na een dubbele punt schrijf je in principe een kleine letter, ook als er een opsomming of een uitleg volgt. Een hoofdletter staat er alleen bij een eigennaam, zoals Nederland of Amsterdam. Ook bij een aangehaalde zin begin je met een hoofdletter: Zij vroeg: „Wanneer ben je thuis?” Volgen er meerdere volledige zinnen achter de dubbele punt, dan begint elke zin met een hoofdletter.
Mag je een dubbele punt gebruiken na het woord „zijn”?
Meestal niet. Een dubbele punt past na een volledige zin of na een aankondiging, maar niet midden in een zin. Staat er alleen De kleuren zijn voor het teken, dan is de zin nog niet af. Je schrijft dus De kleuren zijn rood, wit en blauw. Wil je toch een dubbele punt, maak dan eerst een volledige zin: Er zijn drie kleuren: rood, wit en blauw.
Zet je een spatie voor een dubbele punt?
Nee, voor de dubbele punt staat geen spatie. Na de dubbele punt komt wel één spatie. Je schrijft dus Let op: de deur sluit automatisch en niet Let op : de deur sluit automatisch. In het Frans staat er wel vaak een spatie voor de dubbele punt, maar in het Nederlands is dat niet gebruikelijk. Controleer dit vooral in teksten die je uit een ander programma kopieert.