Naar de inhoud

Koppelteken in samenstellingen: wanneer gebruik je het

Een koppelteken is een kort streepje in een woord, en het staat alleen op bepaalde plaatsen. Deze pagina laat zien wanneer je een koppelteken gebruikt in een samenstelling. Je leest over botsende klinkers, cijfers en afkortingen, namen van meer woorden en het streepje bij weglating, zodat je woorden als zee-eend en cd-speler goed schrijft.

Door

Wanneer zet je een koppelteken?

Een koppelteken (-) is een kort streepje tussen twee delen van een woord. Het is een uitzondering op de hoofdregel dat je een samenstelling aan elkaar schrijft. Je gebruikt het in een aantal vaste gevallen, die hieronder staan.

  • Botsende klinkers. Eindigt het eerste deel op een klinker en begint het tweede deel met een klinker, zodat je het woord verkeerd zou kunnen lezen, dan zet je een koppelteken: zee-eend, auto-ongeluk, ski-uitrusting.
  • Cijfers en losse letters. Een cijfer of een losse letter krijgt een koppelteken voor het volgende woord: 5-jarige, 10-delig, e-mail, t-shirt.
  • Afkortingen. Een afkorting die je letter voor letter uitspreekt, krijgt een koppelteken voor het woord erachter: cd-speler, tv-programma.
  • Oud-, ex- en vice-. Deze delen zet je met een koppelteken vast aan het woord erachter: oud-leerling, ex-man, vice-voorzitter.
  • Combinatie of tegenstelling. Twee delen die even zwaar tellen, scheid je met een koppelteken: rood-wit-blauw, de Frans-Duitse grens, Die foto is zwart-wit.

Het koppelteken staat zonder spaties tussen de delen. Je schrijft dus cd-speler en niet cd - speler. Een gedachtestreepje met spaties is een ander teken, dat een andere taak heeft. Onthoud dat het koppelteken nooit in de plaats komt van een spatie. Een koppelteken zonder spaties laat zien dat de delen bij elkaar horen, terwijl een spatie ze juist scheidt. Met deze vijf gevallen kom je in de praktijk een heel eind.

Voorbeelden van het koppelteken

Bij elk voorbeeld staat waarom het koppelteken daar nodig is. Lees ze rustig door.

  • zee-eend: een e en een e botsen, en zonder streepje zou het woord moeilijk leesbaar zijn.
  • auto-ongeluk: de o aan het eind van auto botst met de o van ongeluk.
  • 5-jarige: een cijfer plus een woord krijgt altijd een koppelteken.
  • e-mail: een losse letter plus een woord wordt met een streepje verbonden.
  • ski-uitrusting: de i van ski botst met de u van uitrusting.
  • t-shirt: ook een enkele letter krijgt een koppelteken voor het woord erna.
  • cd-speler: de afkorting cd spreek je letter voor letter uit en krijgt daarom een koppelteken.
  • oud-leerling: oud- verwijst naar iemand die dat vroeger was en krijgt een koppelteken.
  • 3-delig: een cijfer plus een woord krijgt een koppelteken, ook in een bijvoeglijk naamwoord.
  • ex-man: ex- hoort bij een vorige relatie en staat met een streepje vast aan het woord.
  • vice-voorzitter: vice- hoort bij de functie en staat met een koppelteken vast aan het woord.
  • Nederlands-Duitse samenwerking: de twee delen staan naast elkaar en worden met een streepje verbonden.

Ga bij een twijfelgeval na of het eerste deel een cijfer, letter of afkorting is, of dat er klinkers botsen. Is dat niet zo, dan schrijf je gewoon aan elkaar, zonder streepje. Zo ga je bij elk woord dezelfde stappen na.

Koppelteken bij namen en bij weglating

Namen van meer woorden. Bestaat een eigennaam uit meer woorden en maak je daar een samenstelling van, dan zet je een koppelteken: Van Gogh-museum. Zonder koppelteken zie je niet welke delen de naam vormen. Bestaat de naam maar uit één woord, dan schrijf je aan elkaar: Rembrandtschilderij.

Weglating. Als twee samenstellingen hetzelfde laatste deel hebben, hoef je dat niet te herhalen. Je zet dan een koppelteken achter het eerste deel, met een spatie erachter: auto- en fietsverhuur, hoofd- en bijzaak. Dit koppelteken heet een weglatingsstreepje. Het geeft aan dat het eerste woord eindigt zoals het tweede, zonder dat je het opnieuw schrijft.

Wanneer geen koppelteken? In de meeste samenstellingen is het niet nodig. Je schrijft fietsband, schoolbus en tomatensoep aan elkaar. Eindigt het eerste deel op een klinker en begint het tweede deel met een medeklinker, dan blijft het één woord zonder streepje: autoband, taxichauffeur.

Hulp bij twijfel. Kijk in de Woordenlijst Nederlandse Taal. Daar staat vaak hoe een vaste samenstelling wordt geschreven. Staat het woord er niet in, pas dan de regels toe. Controleer eerst of het gaat om botsende klinkers, een cijfer, een afkorting, een naam van meer woorden of een weglating. Pas als geen van die gevallen past, schrijf je het woord zonder koppelteken.

Veelgestelde vragen

Schrijf je „zee-eend” met een koppelteken?

Ja, je schrijft zee-eend met een koppelteken. Het eerste deel eindigt op een e en het tweede deel begint met een e. Zonder streepje zou je vier e’s achter elkaar krijgen, en dat leest lastig. Het koppelteken laat zien waar het ene deel eindigt en het andere begint. Hetzelfde geldt voor woorden als auto-ongeluk en ski-uitrusting.

Hoe schrijf je een cijfer met een woord, zoals „5-jarige”?

Een cijfer dat vóór een woord staat, verbind je met een koppelteken, dus 5-jarige en 10-delig. Schrijf je het getal voluit, dan komt er geen koppelteken: vijfjarige en tiendelig. Het streepje staat zonder spaties tussen het cijfer en het woord. Een losse eenheid schrijf je wel los, zoals in 5 jaar. Gebruik in een zin dus: Het is een 5-jarige jongen.

Wat is het verschil tussen een koppelteken en een gedachtestreepje?

Een koppelteken is kort en zit vast aan de woorden. Je schrijft dus cd-speler zonder spaties. Een gedachtestreepje is langer en staat tussen spaties, bijvoorbeeld om een tussenzin af te bakenen. Een voorbeeld is Mijn broer – die in Utrecht woont – komt zaterdag. Gebruik de twee tekens dus niet door elkaar.