Naar de inhoud

zoom

rand aan de buitenkant

zoom is meer dan één woord

zoom

zelfstandig naamwoord, werkwoord zom

Betekenis

  1. rand aan de buitenkant
  2. tegen uitrafeling beschermende omslag van het uiteinde van een kledingstuk

Hoe spreek je zoom uit?

/zom/

Zoom bestaat uit één lettergreep.

De tekens in /zom/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
z zon
o boot
m maan

Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)

Vorm Grammaticale informatie
zomen meervoud
zoompje verkleinwoord, enkelvoud
zoompjes verkleinwoord, meervoud

Woordvorm

  • eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zomen
  • gebiedende wijs van zomen
  • tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zomen

Vervoeging van zoom

zoomhele werkwoord

Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
[A] zoom canonical

Woordvorm

  • eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zoomen
  • gebiedende wijs van zoomen
  • tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zoomen

Vervoeging van zoom

zoomhele werkwoord

Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
[B] zoom canonical

Woordfamilie van zoom

Woordvorm Relatie Afgeleid van
zoompje verkleinwoord zoom
zoompjes verkleinwoord meervoud zoom
zooms meervoud zoom

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zoom zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over zoom

Hoe spreek ik zoom uit?
Zo spreek je zoom uit: /zom/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van zoom?
Zoom is een zelfstandig naamwoord. De betekenis is: rand aan de buitenkant. In totaal staan er 2 betekenissen.
Wat is het meervoud van zoom?
Van zoom geldt: het meervoud is zomen. De volledige verbuiging staat in de tabel op deze pagina.
Wat is het verkleinwoord van zoom?
De verkleinvorm van zoom is zoompje, altijd met het lidwoord het. Het meervoud daarvan is zoompjes.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op zoom?

In dit woordenboek rijmen 98 woorden op -oom op zoom, zoals palindroom, chromosoom en room. Het gaat om staand rijm: de klank vanaf de laatste beklemtoonde klinker is gelijk.

Nog 58 rijmwoorden
apenbroodboom 4
kokosboom 3
sjalom 2
suikeroom 3
vroom 1
sinaasappelboom 5
gnoom 1
jongensdroom 3
perzikboom 3
dennenboom 3
bejaardenhome 4
doom 1
migratiestroom 4
dichotoom 3
overtoom 3
sickbuildingsyndroom 5
aroom 2
aardbeihemangioom 6
actiestroom 3
adenoom 3
afvalstroom 3
apebroodboom 4
bakkersroom 3
bioom 2
bliksemstroom 3
coloboom 3
cynodroom 3
datastroom 3
diatoom 3
diogenessyndroom 6
eikenboom 3
gillesdelatourettesyndroom 7
hasjalom 3
koesambiboom 4
kokosnotenboom 5
kynodroom 3
mangroveboom 4
midzomernachtsdroom 5
milieueconoom 4
niobiumatoom 6
omzoom 2
oranjeboom 4
peperboom 3
praseodymiumatoom 8
reuzencondoom 4
rhodiumatoom 5
rom 1
schellenboom 3
sequoiaboom 4
sjoemelstroom 3
sporkeboom 3
spraycondoom 3
stockholmsyndroom 5
stresssyndroom 3
taliboom 3
tourettesyndroom 5
vingercondoom 4
visgifboom 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord zoom is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. Z 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. M 3
  5. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

zoom levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. Z 5
  2. O 1
  3. O 1
  4. M 3
  5. 10 zonder bonus
  6. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

zoom telt 4 letters, waarvan 3 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 3.012 woorden van 4 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

zoom in het kort

zoom is zowel zelfstandig naamwoord als werkwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van zoom staan er 5 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort zoom bij een woordfamilie van 3 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

zoom: rand aan de buitenkant
Deel zoom — standaardnederlands.nl