condoom
zelfstandig naamwoord kɔnˈdomBetekenis
- latex omhulsel bedoeld als voorbehoedmiddel bij geslachtsverkeer
Hoe spreek je condoom uit?
/kɔnˈdom/
Condoom bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| d | dak |
| o | boot |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| condoompje | verkleinwoord, enkelvoud |
| condoompjes | verkleinwoord, meervoud |
| condooms | meervoud |
Herkomst
van Engels condom, misschien een eponiem dat verwijst naar een Engelse arts uit de 17e eeuw; in de betekenis van ‘voorbehoedmiddel’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van condoom
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| condoompje | verkleinwoord | condoom |
| condoompjes | verkleinwoord meervoud | condoom |
| condooms | meervoud | condoom |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van condoom zijn vastgelegd.