kokosboom
zelfstandig naamwoord ˈkokɔsˌbomBetekenis
- die tot 30 m hoog kan worden en 4-6 m lange bladeren heeft
Hoe spreek je kokosboom uit?
/ˈkokɔsˌbom/
Kokosboom bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| o | boot |
| ɔ | bot |
| s | sok |
| b | bak |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- Cocos nucifera een palm behorend tot de palmenfamilie (Palmae of Arecaceae) die tot 30 m hoog kan worden en 4-6 m lange bladeren heeft
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kokosbomen | meervoud |
| kokosboompje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kokosboompjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van kokos en boom
Woordfamilie van kokosboom
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kokosbomen | meervoud | kokosboom |
| kokosboompje | verkleinwoord | kokosboom |
| kokosboompjes | verkleinwoord meervoud | kokosboom |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kokosboom zijn vastgelegd.