zevenboom
zelfstandig naamwoord ˈzevə(n)ˌbomBetekenis
- Juniperus sabina, een verwant van de jeneverbes die in Europa op wat grotere hoogte voorkomt
Hoe spreek je zevenboom uit?
/ˈzevənˌbom/
Zevenboom bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| e | veel |
| v | vis |
| ə | de |
| n | nek |
| b | bak |
| o | boot |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- soort struik, Juniperus sabina, een verwant van de jeneverbes die in Europa op wat grotere hoogte voorkomt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zevenbomen | meervoud |
| zevenboompje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zevenboompjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands sevenboom, op te vatten als samenstelling van zeven zn en boom zn , waarin "zeven" een verbastering is van Latijn sabina "Sabijns"
Woordfamilie van zevenboom
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zevenbomen | meervoud | zevenboom |
| zevenboompje | verkleinwoord | zevenboom |
| zevenboompjes | verkleinwoord meervoud | zevenboom |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zevenboom zijn vastgelegd.