zult
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, werkwoord /zɵlt/Betekenis
- een van de kop van het varken vervaardigd gerecht, meestal enigszins zuur
- tweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd van zullen
Hoe spreek je zult uit?
/zɵlt/
Zult bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| ɵ | put |
| l | land |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — masculine
- van de kop van het varken vervaardigd gerecht, meestal enigszins zuur
- pekel of andere vloeistof gebruikt voor het conserveren van voedsel obsolete
bijvoeglijk naamwoord
- zout smakend, met zout geconserveerd
Woordvorm
- tweede persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd van zullen
- enkelvoud tegenwoordige tijd van zulten
- gebiedende wijs van zulten
Vervoeging van zult
zulthele werkwoord
Herkomst
zn erfwoord via Middelnederlands sulte, in de betekenis van ‘hoofdkaas’ aangetroffen vanaf 1446, van Oudnederlands sulta in de betekenis ‘zoute grond, zout water’, aangetroffen vanaf 901