wijl
zelfstandig naamwoord, voegwoord, werkwoord wɛilBetekenis
- een poosje
- geeft onderschikkend een reden aan
Hoe spreek je wijl uit?
/wɛil/
Wijl bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɛi | trein |
| l | land |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wijlen | meervoud |
| wijltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wijltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wijlen
- gebiedende wijs van wijlen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wijlen
Vervoeging van wijl
wijlhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘onderschikkend voegwoord’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1628
Woordfamilie van wijl
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wijltje | verkleinwoord | wijl |
| wijltjes | verkleinwoord meervoud | wijl |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wijl zijn vastgelegd.