peil
zelfstandig naamwoord, werkwoord pɛilBetekenis
- niveau of stand van bijvoorbeeld water
- overdrachtelijk intellectueel of moreel niveau
Hoe spreek je peil uit?
/pɛil/
Peil bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɛi | trein |
| l | land |
Klinkt hetzelfde als pijl.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| peilen | meervoud |
| peiltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| peiltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van peilen
- gebiedende wijs van peilen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van peilen
Vervoeging van peil
peilhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘watermerk’ voor het eerst aangetroffen in 1476
Woordfamilie van peil
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| peiltje | verkleinwoord | peil |
| peiltjes | verkleinwoord meervoud | peil |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van peil zijn vastgelegd.