wijkzuster
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een aanspreekpunt voor zorg en welzijn in een wijk
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wijkzusters | meervoud |
| wijkzustertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wijkzustertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Samenstelling van wijk en zuster
Woordfamilie van wijkzuster
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wijkzusters | meervoud | wijkzuster |
| wijkzustertje | verkleinwoord | wijkzuster |
| wijkzustertjes | verkleinwoord meervoud | wijkzuster |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wijkzuster zijn vastgelegd.