bijl
zelfstandig naamwoord bɛilBetekenis
- een hakwerktuig met een smalle snee en een lange steel die vooral voor het kappen van bomen gebruikt en gewoonlijk met twee handen gehanteerd wordt
- een haktuig in het algemeen
- met de botte bijl: een probleem niet al voorzichtig aanpakken
Hoe spreek je bijl uit?
/bɛil/
Bijl bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɛi | trein |
| l | land |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- hakwerktuig met een smalle snee en een lange steel die vooral voor het kappen van bomen gebruikt en gewoonlijk met twee handen gehanteerd wordt
- haktuig in het algemeen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bijlen | meervoud |
| bijltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bijltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands bile, in de betekenis van ‘werktuig’ aangetroffen vanaf 1240
Woordfamilie van bijl
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bijlen | meervoud | bijl |
| bijltje | verkleinwoord | bijl |
| bijltjes | verkleinwoord meervoud | bijl |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijl zijn vastgelegd.