veil
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, werkwoord vɛilBetekenis
- klimop
- te koop, beschikbaar tegen geld
- boosaardig, gemeen (eigenlijk: vijl)
Hoe spreek je veil uit?
/vɛil/
Veil bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɛi | trein |
| l | land |
zelfstandig naamwoord — neuter
- Hedera helix klimop
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van veilen
- gebiedende wijs van veilen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van veilen
Vervoeging van veil
veilhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘te koop’ voor het eerst aangetroffen in 1417
Woordfamilie van veil
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| veilere | woordvorm | veil |
| veils | woordvorm | veil |
| veilst | woordvorm | veil |
| veilste | woordvorm | veil |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van veil zijn vastgelegd.