stijl
zelfstandig naamwoord /stɛi̯l/Betekenis
- wijze waarop men iets doet
- post, spijl
- buisvormige, middelste gedeelte van de stamper
Hoe spreek je stijl uit?
/stɛil/
Stijl bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| ɛi | trein |
| l | land |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stijlen | meervoud |
| stijltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stijltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘wijze van uitdrukken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1393
Woordfamilie van stijl
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stijlen | meervoud | stijl |
| stijltje | verkleinwoord | stijl |
| stijltjes | verkleinwoord meervoud | stijl |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stijl zijn vastgelegd.