waaier
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- scherm in halve schijfvorm dat dient om te verkoelen door wind aan te waaien
- iemand die wind aanwaait
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| waaiers | meervoud |
| waaiertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| waaiertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van waaieren
- gebiedende wijs van waaieren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van waaieren
Vervoeging van waaier
waaierhele werkwoord
Herkomst
Naamwoord van handeling van waaien met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van waaier
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| waaiers | meervoud | waaier |
| waaiertjes | verkleinwoord meervoud | waaier |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van waaier zijn vastgelegd.