tuigage
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het geheel van masten, bomen, zeilen en touwwerk van moderne zeilschepen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tuigages | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘wat hoort bij de optuiging van een schip’ voor het eerst aangetroffen in 1755
Woordfamilie van tuigage
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tuigages | meervoud | tuigage |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tuigage zijn vastgelegd.