getuig
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- toebehoren om een last- of rijdier op te tuigen, klaar te maken om een kar te trekken, of om bereden de worden
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van getuigen
- gebiedende wijs van getuigen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van getuigen
Vervoeging van getuig
getuighele werkwoord
Herkomst
Naamwoord van handeling van tuigen met het voorvoegsel ge-