Naar de inhoud

versturen

iets aan een verzendbedrijf ter bezorging afgeven

versturen

werkwoord vərˈstyrə(n)

Betekenis

  1. iets aan een verzendbedrijf ter bezorging afgeven

Hoe spreek je versturen uit?

/vərˈstyrən/

Versturen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈstyrən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
s sok
t tak
y fuut
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van versturen

versturenhele werkwoord — verstuurdeverleden tijd enkelvoud — verstuurdenverleden tijd meervoud — verstuurdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verstuur verstuurde
jij verstuurt verstuurde
hij, zij, het verstuurt verstuurde
wij versturen verstuurden
jullie versturen verstuurden
zij versturen verstuurden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verstuurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verstuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verstuurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verstuurd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verstuurd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verstuurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verstuurd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verstuurd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verstuurd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verstuurd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verstuurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verstuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verstuurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verstuurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verstuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verstuurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verstuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verstuurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verstuurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verstuurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verstuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verstuurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verstuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verstuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verstuurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verstuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verstuurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verstuurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te versturen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen versturen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
versture aanvoegende wijs
versturend onvoltooid, deelwoord
verstuur gebiedende wijs
verstuurd verleden tijd, deelwoord
verstuurd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verstuurd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verstuurd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verstuurd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verstuurd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verstuurd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verstuurd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verstuurd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verstuurd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verstuurd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verstuurde verleden tijd
waart verstuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verstuurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verstuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verstuurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verstuurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verstuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verstuurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verstuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verstuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verstuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verstuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verstuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verstuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verstuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verstuurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verstuurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verstuurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verstuurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verstuurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verstuurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal versturen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal versturen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal versturen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal verstuurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verstuurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verstuurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verstuurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verstuurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verstuurd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verstuurd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn verstuurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verstuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verstuurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verstuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou versturen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou versturen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou versturen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou verstuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verstuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verstuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verstuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verstuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verstuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verstuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verstuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verstuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden versturen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden versturen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden versturen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden verstuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verstuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verstuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verstuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verstuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verstuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verstuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verstuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verstuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt versturen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt verstuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verstuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verstuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen versturen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen versturen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen versturen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen versturen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen verstuurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verstuurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verstuurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verstuurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verstuurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verstuurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verstuurd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verstuurd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verstuurd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult versturen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult verstuurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verstuurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verstuurd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van sturen met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van versturen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
versture aanvoegende wijs versturen
versturend onvoltooid deelwoord versturen
versturende woordvorm versturen
verstuur gebiedende wijs versturen
verstuurd voltooid deelwoord versturen
verstuurde verleden tijd versturen
verstuurden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon versturen
verstuurt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon versturen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van versturen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over versturen

Hoe spreek ik versturen uit?
Zo spreek je versturen uit: /vərˈstyrə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van versturen?
Versturen is een werkwoord. De betekenis is: iets aan een verzendbedrijf ter bezorging afgeven.
Hoe vervoeg ik versturen?
Zo vervoeg je versturen zo: de tegenwoordige tijd is verstuur, de verleden tijd is verstuurde en het voltooid deelwoord is verstuurd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op versturen?

Op versturen rijmen 38 woorden, onder andere sturen, duren en plamuren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op versturen, uitspraak vərˈstyrən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
sturen 2
duren 2
plamuren 3
onderverhuren 5
kuren 2
gluren 2
verhuren 3
onderhuren 4
manufacturen 5
ontzuren 3
azuren 3
avonturen 4
beeldculturen 4
belevenisculturen 7
bevuren 3
bicepsblessuren 5
biosignaturen 6
blaffeturen 4
censuren 3
conjecturen 4
filmculturen 5
gildebesturen 5
hamsterhuren 4
houtskoolvuren 4
kamerverhuren 5
kloosterburen 4
küren 2
mouluren 3
naaktculturen 4
olimsignaturen 6
oversturen 4
permaculturen 5
rasuren 3
siteburen 4
tweefasestructuren 6
uren 2
vreugdevuren 4
zesjesculturen 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord versturen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. S 2
  5. T 2
  6. U 4
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

versturen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. S 2
  5. T 2
  6. U 2
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

versturen in het kort

versturen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van versturen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort versturen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

versturen: iets aan een verzendbedrijf ter bezorging afgeven
Deel versturen — standaardnederlands.nl