onderverhuren
werkwoord ˈɔndərvərˌhyrə(n)Betekenis
- iets dat al gehuurd is, verhuren aan iemand anders
Hoe spreek je onderverhuren uit?
/ˈɔndərvərˌhyrən/
Onderverhuren bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| v | vis |
| h | hoed |
| y | fuut |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Vervoeging van onderverhuren
onderverhurenhele werkwoord — onderverhuurdeverleden tijd enkelvoud — onderverhuurdenverleden tijd meervoud — onderverhuurdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | onderverhuur | onderverhuurde |
| jij | onderverhuurt | onderverhuurde |
| hij, zij, het | onderverhuurt | onderverhuurde |
| wij | onderverhuren | onderverhuurden |
| jullie | onderverhuren | onderverhuurden |
| zij | onderverhuren | onderverhuurden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben onderverhuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent onderverhuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is onderverhuurd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was onderverhuurd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd onderverhuurd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt onderverhuurd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal onderverhuurd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal onderverhuurd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou onderverhuurd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou onderverhuurd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had onderverhuurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had onderverhuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had onderverhuurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden onderverhuurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden onderverhuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden onderverhuurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt onderverhuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb onderverhuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben onderverhuurd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben onderverhuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben onderverhuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben onderverhuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt onderverhuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft onderverhuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft onderverhuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is onderverhuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is onderverhuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| onderverhure | aanvoegende wijs |
| onderverhurend | onvoltooid, deelwoord |
| onderverhuur | gebiedende wijs |
| onderverhuurd | verleden tijd, deelwoord |
| onderverhuurd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| onderverhuurd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| onderverhuurd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onderverhuurd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onderverhuurd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onderverhuurd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| onderverhuurd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| onderverhuurd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onderverhuurd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onderverhuurd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onderverhuurde | verleden tijd |
| te hebben onderverhuurd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te onderverhuren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen onderverhuren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart onderverhuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren onderverhuurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren onderverhuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren onderverhuurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was onderverhuurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was onderverhuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was onderverhuurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd onderverhuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd onderverhuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd onderverhuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden onderverhuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden onderverhuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden onderverhuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt onderverhuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word onderverhuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden onderverhuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden onderverhuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden onderverhuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt onderverhuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt onderverhuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal onderverhuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal onderverhuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal onderverhuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal onderverhuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onderverhuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal onderverhuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal onderverhuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onderverhuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal onderverhuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onderverhuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn onderverhuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn onderverhuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn onderverhuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt onderverhuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou onderverhuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou onderverhuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou onderverhuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou onderverhuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onderverhuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onderverhuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou onderverhuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onderverhuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou onderverhuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onderverhuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onderverhuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onderverhuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onderverhuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden onderverhuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden onderverhuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden onderverhuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden onderverhuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden onderverhuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onderverhuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden onderverhuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden onderverhuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onderverhuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden onderverhuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden onderverhuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt onderverhuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt onderverhuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt onderverhuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt onderverhuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen onderverhuren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen onderverhuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen onderverhuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen onderverhuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen onderverhuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen onderverhuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen onderverhuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen onderverhuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen onderverhuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen onderverhuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen onderverhuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen onderverhuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen onderverhuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult onderverhuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult onderverhuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult onderverhuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult onderverhuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van onder bw en verhuren ww
Woordfamilie van onderverhuren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onderverhure | aanvoegende wijs | onderverhuren |
| onderverhurend | onvoltooid deelwoord | onderverhuren |
| onderverhurende | woordvorm | onderverhuren |
| onderverhuur | gebiedende wijs | onderverhuren |
| onderverhuurd | voltooid deelwoord | onderverhuren |
| onderverhuurde | verleden tijd | onderverhuren |
| onderverhuurden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | onderverhuren |
| onderverhuurt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | onderverhuren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onderverhuren zijn vastgelegd.