verhuren
werkwoord, zelfstandig naamwoord vərˈhyrə(n)Betekenis
- tegen betaling tijdelijk gebruik van iets toestaan
Hoe spreek je verhuren uit?
/vərˈhyrən/
Verhuren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| h | hoed |
| y | fuut |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verhuren
verhurenhele werkwoord — verhuurdeverleden tijd enkelvoud — verhuurdenverleden tijd meervoud — verhuurdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verhuur | verhuurde |
| jij | verhuurt | verhuurde |
| hij, zij, het | verhuurt | verhuurde |
| wij | verhuren | verhuurden |
| jullie | verhuren | verhuurden |
| zij | verhuren | verhuurden |
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verhuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verhuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verhuurd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verhuurd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verhuurd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verhuurd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verhuurd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verhuurd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verhuurd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verhuurd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verhuurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verhuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verhuurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verhuurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verhuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verhuurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verhuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verhuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verhuurd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verhuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verhuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verhuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verhuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verhuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verhuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verhuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verhuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verhuurd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verhuren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verhuren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verhure | aanvoegende wijs |
| verhure zich | aanvoegende wijs |
| verhuren je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verhuren ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verhuren zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verhurend | onvoltooid, deelwoord |
| verhuur | gebiedende wijs |
| verhuur me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| verhuur u/je , verhuurt je | gebiedende wijs |
| verhuurd | verleden tijd, deelwoord |
| verhuurd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verhuurd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verhuurd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verhuurd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verhuurd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verhuurd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verhuurd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verhuurd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verhuurd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verhuurd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verhuurde | verleden tijd |
| verhuurde je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verhuurde me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verhuurde u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| verhuurde u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| verhuurde zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verhuurde zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| verhuurde zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| verhuurden je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| verhuurden ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| verhuurden zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| verhuurt je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| verhuurt u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verhuurt u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verhuurt zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| verhuurt zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verhuurt zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| waart verhuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verhuurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verhuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verhuurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verhuurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verhuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verhuurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verhuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verhuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verhuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verhuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verhuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verhuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verhuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verhuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verhuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verhuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verhuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verhuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verhuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal me verhuren | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal verhuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verhuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verhuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verhuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verhuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verhuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verhuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verhuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verhuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verhuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal zich verhuren | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je verhuren | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich verhurend | onvoltooid, deelwoord |
| zich verhuurd hebben | verleden tijd |
| zijn verhuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verhuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verhuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verhuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verhuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verhuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verhuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verhuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verhuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verhuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verhuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verhuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verhuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verhuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verhuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verhuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verhuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verhuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verhuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verhuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verhuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verhuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verhuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verhuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verhuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verhuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verhuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verhuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verhuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verhuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verhuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verhuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen je verhuren | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons verhuren | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen verhuren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verhuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord verhuur
Herkomst
Afgeleid van huren met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verhuren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verhure | aanvoegende wijs | verhuren |
| verhurend | onvoltooid deelwoord | verhuren |
| verhurende | woordvorm | verhuren |
| verhuurd | voltooid deelwoord | verhuren |
| verhuurde | verleden tijd | verhuren |
| verhuurden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verhuren |
| verhuurt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verhuren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verhuren zijn vastgelegd.