stollen
werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈstɔlə(n)/Betekenis
- overgaan van een vloeibare naar een vaste toestand
Hoe spreek je stollen uit?
/ˈstɔlən/
Stollen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| ɔ | bot |
| l | land |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van stollen
stollenhele werkwoord — stoldeverleden tijd enkelvoud — stoldenverleden tijd meervoud — gestoldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | stol | stolde |
| jij | stolt | stolde |
| hij, zij, het | stolt | stolde |
| wij | stollen | stolden |
| jullie | stollen | stolden |
| zij | stollen | stolden |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben gestold | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gestold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| gestold | verleden tijd, deelwoord |
| gestold te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestold zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| is gestold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gestold | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| stol | gebiedende wijs |
| stolde | verleden tijd |
| stolle | aanvoegende wijs |
| stollend | onvoltooid, deelwoord |
| te stollen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn gestold | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen stollen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gestold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gestold | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gestold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gestold | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gestold | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gestold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gestold | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal gestold zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestold zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gestold zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal stollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal stollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal stollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gestold | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn gestold | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gestold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gestold | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gestold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gestold zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestold zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestold zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou stollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou stollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou stollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gestold zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gestold zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gestold zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden stollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden stollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden stollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gestold zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt stollen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gestold zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gestold zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gestold zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen stollen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen stollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen stollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen stollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gestold zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult stollen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord stol
Herkomst
In de betekenis van ‘stremmen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1546
Woordfamilie van stollen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gestold | voltooid deelwoord | stollen |
| stolde | verleden tijd | stollen |
| stolden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | stollen |
| stolle | aanvoegende wijs | stollen |
| stollend | onvoltooid deelwoord | stollen |
| stollende | woordvorm | stollen |
| stolt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | stollen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stollen zijn vastgelegd.