Naar de inhoud

stijgen

naar boven gaan, toenemen

stijgen

werkwoord /ˈstɛi̯ɣə(n)/

Betekenis

  1. naar boven gaan, toenemen

Hoe spreek je stijgen uit?

/ˈstɛixən/

Stijgen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈstɛixən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
t tak
ɛi trein
x acht
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van stijgen

stijgenhele werkwoord — steegverleden tijd enkelvoud — stegenverleden tijd meervoud — gestegenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stijg steeg
jij stijgt steeg
hij, zij, het stijgt steeg
wij stijgen stegen
jullie stijgen stegen
zij stijgen stegen
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben gestegen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gestegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
gestegen verleden tijd, deelwoord
gestegen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestegen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is gestegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gestegen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
steeg verleden tijd
stijg gebiedende wijs
stijge aanvoegende wijs
stijgend onvoltooid, deelwoord
te stijgen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn gestegen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen stijgen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gestegen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gestegen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gestegen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gestegen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gestegen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gestegen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gestegen voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal gestegen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestegen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gestegen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal stijgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal stijgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal stijgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gestegen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn gestegen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gestegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gestegen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gestegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gestegen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestegen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestegen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou stijgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou stijgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou stijgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gestegen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestegen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestegen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden stijgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden stijgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden stijgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gestegen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt stijgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gestegen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestegen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestegen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen stijgen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen stijgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen stijgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen stijgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gestegen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult stijgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘omhooggaan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100.

Woordfamilie van stijgen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gestegen voltooid deelwoord stijgen
stijge aanvoegende wijs stijgen
stijgt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon stijgen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stijgen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over stijgen

Hoe spreek ik stijgen uit?
Zo spreek je stijgen uit: /ˈstɛi̯ɣə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van stijgen?
Stijgen is een werkwoord. De betekenis is: naar boven gaan, toenemen.
Hoe vervoeg ik stijgen?
Zo vervoeg je stijgen zo: de tegenwoordige tijd is stijg, de verleden tijd is steeg en het voltooid deelwoord is gestegen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op stijgen?

In dit woordenboek rijmen 8 woorden op -ijgen op stijgen, zoals verkrijgen, bedreigen en eigen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op stijgen, uitspraak ˈstɛixən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
verkrijgen 3
bedreigen 3
eigen 2
rijgen 2
zijgen 2
verzwijgen 3
aanhijgen 3
mijgen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord stijgen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. T 2
  3. I 1
  4. J 4
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

stijgen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 109 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. T 2
  3. I 2
  4. J 4
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 zonder bonus
  9. 109 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

stijgen telt 7 letters, waarvan 7 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

stijgen in het kort

stijgen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van stijgen staan er 34 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort stijgen bij een woordfamilie van 3 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

stijgen: naar boven gaan, toenemen
Deel stijgen — standaardnederlands.nl