bedreigen
werkwoord bəˈdrɛiɣə(n)Betekenis
- iemand bang maken
- een gevaar zijn
Hoe spreek je bedreigen uit?
/bəˈdrɛixən/
Bedreigen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| d | dak |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| x | acht |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van bedreigen
bedreigenhele werkwoord — bedreigdeverleden tijd enkelvoud — bedreigdenverleden tijd meervoud — bedreigdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bedreig | bedreigde |
| jij | bedreigt | bedreigde |
| hij, zij, het | bedreigt | bedreigde |
| wij | bedreigen | bedreigden |
| jullie | bedreigen | bedreigden |
| zij | bedreigen | bedreigden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| bedreig | gebiedende wijs |
| bedreigd | verleden tijd, deelwoord |
| bedreigd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bedreigd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bedreigd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bedreigd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bedreigd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bedreigd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bedreigd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bedreigd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bedreigd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bedreigd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bedreigde | verleden tijd |
| bedreige | aanvoegende wijs |
| bedreigend | onvoltooid, deelwoord |
| ben bedreigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bedreigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is bedreigd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bedreigd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bedreigd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bedreigd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bedreigd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bedreigd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bedreigd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bedreigd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bedreigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bedreigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bedreigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bedreigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bedreigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bedreigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bedreigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bedreigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bedreigd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bedreigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bedreigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bedreigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bedreigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bedreigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bedreigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bedreigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bedreigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bedreigen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bedreigd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bedreigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bedreigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bedreigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bedreigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bedreigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bedreigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bedreigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bedreigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bedreigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bedreigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bedreigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bedreigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bedreigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bedreigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bedreigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bedreigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bedreigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bedreigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bedreigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bedreigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bedreigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bedreigd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bedreigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bedreigd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bedreigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bedreigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bedreigd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bedreigd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bedreigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bedreigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bedreigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn bedreigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bedreigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bedreigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bedreigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bedreigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bedreigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bedreigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bedreigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bedreigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bedreigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bedreigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bedreigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bedreigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bedreigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bedreigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bedreigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bedreigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bedreigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bedreigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bedreigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bedreigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bedreigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bedreigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bedreigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bedreigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bedreigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bedreigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bedreigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bedreigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bedreigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bedreigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bedreigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bedreigd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bedreigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bedreigd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bedreigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bedreigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bedreigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bedreigd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bedreigd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bedreigd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bedreigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bedreigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bedreigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bedreigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bedreigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bedreigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bedreigd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bedreigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van dreigen met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van bedreigen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bedreig | gebiedende wijs | bedreigen |
| bedreigde | verleden tijd | bedreigen |
| bedreigden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bedreigen |
| bedreige | aanvoegende wijs | bedreigen |
| bedreigt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bedreigen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bedreigen zijn vastgelegd.