wassen
werkwoord, bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord /'ʋɑsə(n)/Betekenis
- iets met water of een andere vloeistof zuiveren
- zich ~; zichzelf met water schoonmaken
- (aangroeien|aan)groeien, stijgen, voornamelijk i.v.m. de maan of een waterloop
- van een laag (bijen)was voorzien
- van was gemaakt
Hoe spreek je wassen uit?
/ˈwɑsən/
Wassen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- groeien, stijgen, voornamelijk i.v.m. de maan of een waterloop ergative
- schudden [3] transitive
Vervoeging van wassen
wassenhele werkwoord — wasteverleden tijd enkelvoud — wastenverleden tijd meervoud — gewassenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | was | waste |
| jij | wast | waste |
| hij, zij, het | wast | waste |
| wij | wassen | wasten |
| jullie | wassen | wasten |
| zij | wassen | wasten |
Alle 198 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (wies) | verleden tijd |
| - | impersonal, passief |
| ben gewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gewassen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er is gewast | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gewassen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er was gewast | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gewassen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er werd gewast | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gewassen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er wordt gewast | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gewassen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gewassen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zal gewast worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gewast zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gewassen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gewassen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| er zou gewast worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gewast zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gewassen | verleden tijd, deelwoord |
| gewassen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gewassen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gewassen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewassen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewassen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewassen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewassen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gewassen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gewassen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gewassen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gewassen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gewassen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gewast | verleden tijd, deelwoord |
| gewast te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gewast te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gewast te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewast te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewast te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewast worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gewast zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gewast zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gewast zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gewast zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gewassen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gewassen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gewassen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| had gewast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gewast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gewast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gewassen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gewassen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gewassen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gewast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gewast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gewast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gewassen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadt gewast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| heb gewast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewassen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebben gewast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gewast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gewast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebt gewast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| heeft gewast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gewast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gewassen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gewast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te wassen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn gewassen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen wassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gewassen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gewassen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gewassen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gewassen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| waren gewast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was | gebiedende wijs |
| was gewassen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gewassen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gewassen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gewast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| wasse | aanvoegende wijs |
| wassend | onvoltooid, deelwoord |
| waste | verleden tijd |
| werd gewassen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gewassen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gewassen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werd gewast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden gewassen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gewassen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gewassen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werden gewast | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gewassen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| wies | verleden tijd |
| word gewassen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gewassen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gewassen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gewassen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| worden gewast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gewassen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gewassen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| wordt gewast | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gewassen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewassen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gewassen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gewassen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewassen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gewassen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewassen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gewassen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gewast hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gewast hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gewast worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gewast zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal wassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal wassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal wassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gewassen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn gewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijn gewast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gewassen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gewassen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewassen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewassen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gewassen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord was
Herkomst
In de betekenis van ‘met water reinigen’ voor het eerst aangetroffen in 901
Woordfamilie van wassen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gewast | voltooid deelwoord | wassen |
| gewaste | woordvorm | wassen |
| wasschen | woordvorm | wassen |
| wasse | aanvoegende wijs | wassen |
| wast | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | wassen |
| waste | verleden tijd | wassen |
| wasten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | wassen |
| wies | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 1e persoon | wassen |
| wiesen | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | wassen |
| waschte | woordvorm | waste |
| waschten | woordvorm | wasten |
| wiesch | woordvorm | wies |
| wieschen | woordvorm | wiesen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wassen zijn vastgelegd.