Naar de inhoud

wassen

iets met water of een andere vloeistof zuiveren

wassen is meer dan één woord

wassen

werkwoord, bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord /'ʋɑsə(n)/

Betekenis

  1. iets met water of een andere vloeistof zuiveren
  2. zich ~; zichzelf met water schoonmaken
  3. (aangroeien|aan)groeien, stijgen, voornamelijk i.v.m. de maan of een waterloop
  4. van een laag (bijen)was voorzien
  5. van was gemaakt

Hoe spreek je wassen uit?

/ˈwɑsən/

Wassen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈwɑsən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
w quiz
ɑ bad
s sok
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. groeien, stijgen, voornamelijk i.v.m. de maan of een waterloop ergative
  2. schudden [3] transitive

Vervoeging van wassen

wassenhele werkwoord — wasteverleden tijd enkelvoud — wastenverleden tijd meervoud — gewassenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik was waste
jij wast waste
hij, zij, het wast waste
wij wassen wasten
jullie wassen wasten
zij wassen wasten
Alle 198 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
(wies) verleden tijd
- impersonal, passief
ben gewassen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gewassen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gewassen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er is gewast impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gewassen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er was gewast impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gewassen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er werd gewast impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gewassen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er wordt gewast impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gewassen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gewassen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zal gewast worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gewast zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gewassen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gewassen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
er zou gewast worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gewast zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gewassen verleden tijd, deelwoord
gewassen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gewassen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gewassen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewassen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewassen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewassen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewassen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gewassen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gewassen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gewassen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gewassen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gewassen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gewast verleden tijd, deelwoord
gewast te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gewast te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gewast te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewast te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewast te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewast worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gewast zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gewast zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gewast zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gewast zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gewassen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gewassen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gewassen voltooid, verleden tijd, derde persoon
had gewast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gewast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gewast voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gewassen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gewassen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gewassen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gewast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gewast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gewast voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gewassen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadt gewast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gewassen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
heb gewast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewassen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gewassen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewassen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gewassen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebben gewast actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gewast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gewast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gewassen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebt gewast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewassen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewassen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
heeft gewast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gewassen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gewassen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gewast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gewassen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gewast actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te wassen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn gewassen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gewassen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gewassen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gewassen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gewassen voltooid, verleden tijd, derde persoon
waren gewast voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gebiedende wijs
was gewassen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gewassen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gewassen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gewast voltooid, verleden tijd, derde persoon
wasse aanvoegende wijs
wassend onvoltooid, deelwoord
waste verleden tijd
werd gewassen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gewassen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gewassen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werd gewast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden gewassen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gewassen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gewassen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werden gewast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gewassen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
wies verleden tijd
word gewassen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gewassen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gewassen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gewassen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
worden gewast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gewassen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gewassen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
wordt gewast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal gewassen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewassen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gewassen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gewassen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewassen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gewassen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewassen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gewassen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gewast hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gewast hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gewast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gewast zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gewassen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn gewassen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gewassen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gewassen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijn gewast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gewassen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gewassen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewassen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewassen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gewassen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord was

Herkomst

In de betekenis van ‘met water reinigen’ voor het eerst aangetroffen in 901

Woordfamilie van wassen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gewast voltooid deelwoord wassen
gewaste woordvorm wassen
wasschen woordvorm wassen
wasse aanvoegende wijs wassen
wast aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon wassen
waste verleden tijd wassen
wasten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wassen
wies aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 1e persoon wassen
wiesen aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wassen
waschte woordvorm waste
waschten woordvorm wasten
wiesch woordvorm wies
wieschen woordvorm wiesen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wassen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over wassen

Hoe spreek ik wassen uit?
Zo spreek je wassen uit: /'ʋɑsə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van wassen?
Wassen is een werkwoord. De betekenis is: iets met water of een andere vloeistof zuiveren. In totaal staan er 7 betekenissen.
Hoe vervoeg ik wassen?
Zo vervoeg je wassen zo: de tegenwoordige tijd is was, de verleden tijd is waste en het voltooid deelwoord is gewassen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op wassen?

Op wassen rijmen 31 woorden, onder andere volwassen, plassen en surplacen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op wassen, uitspraak ˈwɑsən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
volwassen 3
plassen 2
surplacen 3
passen 2
tassen 2
krassen 2
verwassen 3
trassen 2
vlassen 2
nassen 2
aandrijfassen 4
aangewassen 4
autipassen 4
babylancen 4
backstagepassen 4
betekenisnuancen 7
bovenassen 4
gentechgewassen 5
gewassen 3
grassen 2
herderstassen 4
kalebassen 4
kattenrassen 4
modderplassen 4
motorjassen 4
ribbenkassen 4
rondassen 3
spijkerjassen 4
tirassen 3
uniformjassen 6
wandelpassen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wassen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. A 1
  3. S 2
  4. S 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wassen levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. A 1
  3. S 2
  4. S 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 zonder bonus
  8. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wassen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

wassen in het kort

wassen is zowel werkwoord, bijvoeglijk naamwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de betekenissen geldt, hangt af van de zin. Hierboven vind je 7 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van wassen staan er 129 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort wassen bij een woordfamilie van 13 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

wassen: iets met water of een andere vloeistof zuiveren
Deel wassen — standaardnederlands.nl