verkrijgen
werkwoord vərˈkrɛiɣə(n)Betekenis
- in bezit krijgen, verwerven.
Hoe spreek je verkrijgen uit?
/vərˈkrɛixən/
Verkrijgen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| k | kat |
| ɛi | trein |
| x | acht |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verkrijgen
verkrijgenhele werkwoord — verkreegverleden tijd enkelvoud — verkregenverleden tijd meervoud — verkregenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verkrijg | verkreeg |
| jij | verkrijgt | verkreeg |
| hij, zij, het | verkrijgt | verkreeg |
| wij | verkrijgen | verkregen |
| jullie | verkrijgen | verkregen |
| zij | verkrijgen | verkregen |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verkregen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verkregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verkregen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verkregen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verkregen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verkregen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verkregen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verkregen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verkregen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verkregen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verkregen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verkregen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verkregen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verkregen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verkregen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verkregen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verkregen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verkregen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verkregen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verkregen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verkregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verkregen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verkregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verkregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verkregen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verkregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verkregen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verkregen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verkrijgen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verkrijgen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkreeg | verleden tijd |
| verkregen | verleden tijd, deelwoord |
| verkregen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verkregen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verkregen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkregen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkregen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkregen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verkregen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verkregen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verkregen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verkregen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verkrijg | gebiedende wijs |
| verkrijge | aanvoegende wijs |
| verkrijgend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verkregen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verkregen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verkregen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verkregen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verkregen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verkregen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verkregen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verkregen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verkregen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verkregen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verkregen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verkregen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verkregen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verkregen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verkregen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verkregen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verkregen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verkregen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verkregen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verkregen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verkregen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verkregen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verkregen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verkregen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verkregen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verkregen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verkregen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verkregen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verkregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verkregen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verkregen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verkregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verkregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verkregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verkregen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verkregen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verkregen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verkregen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verkregen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verkregen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verkregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verkregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verkregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verkregen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verkregen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verkregen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verkregen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verkregen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verkregen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verkregen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verkregen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verkregen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verkregen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verkregen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verkregen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verkregen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verkregen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verkregen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verkregen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verkregen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verkregen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verkrijgen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verkregen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verkregen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verkregen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verkrijgen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van krijgen met het voorvoegsel ver-.
Woordfamilie van verkrijgen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verkreeg | verleden tijd | verkrijgen |
| verkregen | voltooid deelwoord | verkrijgen |
| verkrijg | gebiedende wijs | verkrijgen |
| verkrijge | aanvoegende wijs | verkrijgen |
| verkrijgend | onvoltooid deelwoord | verkrijgen |
| verkrijgende | woordvorm | verkrijgen |
| verkrijgt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verkrijgen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verkrijgen zijn vastgelegd.