Naar de inhoud

snakken

in ademnood naar lucht happen

snakken is meer dan één woord

snakken

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. in ademnood naar lucht happen
  2. heftig naar iets verlangen, veelal na ontbering ervan

Vervoeging van snakken

snakkenhele werkwoord — snakteverleden tijd enkelvoud — snaktenverleden tijd meervoud — gesnaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik snak snakte
jij snakt snakte
hij, zij, het snakt snakte
wij snakken snakten
jullie snakken snakten
zij snakken snakten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gesnakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesnakt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesnakt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesnakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesnakt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesnakt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesnakt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesnakt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesnakt verleden tijd, deelwoord
gesnakt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesnakt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesnakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesnakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesnakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesnakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesnakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesnakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesnakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesnakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesnakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesnakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesnakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesnakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesnakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesnakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesnakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
snak gebiedende wijs
snakke aanvoegende wijs
snakkend onvoltooid, deelwoord
snakte verleden tijd
te hebben gesnakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te snakken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen snakken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gesnakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesnakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesnakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal snakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal snakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal snakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gesnakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesnakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesnakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou snakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou snakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou snakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesnakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesnakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesnakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden snakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden snakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden snakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesnakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt snakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesnakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesnakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesnakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen snakken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen snakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen snakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen snakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesnakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult snakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord snak

Herkomst

In de betekenis van ‘heftig begeren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1548

Woordfamilie van snakken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesnakt voltooid deelwoord snakken
snakke aanvoegende wijs snakken
snakkend onvoltooid deelwoord snakken
snakkende woordvorm snakken
snakt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon snakken
snakte verleden tijd snakken
snakten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon snakken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van snakken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over snakken

Wat betekent snakken?
Snakken is een werkwoord. Het woord betekent: in ademnood naar lucht happen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je snakken?
Je vervoegt snakken als volgt: de tegenwoordige tijd is snak, de verleden tijd is snakte en het voltooid deelwoord is gesnakt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord snakken is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. N 1
  3. A 1
  4. K 3
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

snakken levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 94 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. N 1
  3. A 1
  4. K 3
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 zonder bonus
  9. 94 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

snakken telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

snakken in het kort

snakken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van snakken zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort snakken bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

snakken: in ademnood naar lucht happen
Deel snakken — standaardnederlands.nl