Naar de inhoud

schieten

een projectiel afvuren met een wapen

schieten

werkwoord ˈsxitə(n)

Betekenis

  1. een projectiel afvuren met een wapen
  2. de bal een trap geven (bv. in het voetbal) of een slag geven (bv. met een hockeystick)
  3. zich snel voortbewegen
  4. snel groeien

Hoe spreek je schieten uit?

/ˈsxitən/

Schieten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈsxitən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
x acht
i riet
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. plotseling iets doen

Vervoeging van schieten

schietenhele werkwoord — schootverleden tijd enkelvoud — schotenverleden tijd meervoud — geschotenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schiet schoot
jij schiet schoot
hij, zij, het schiet schoot
wij schieten schoten
jullie schieten schoten
zij schieten schoten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geschoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geschoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geschoten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geschoten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geschoten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geschoten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geschoten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geschoten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geschoten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geschoten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geschoten verleden tijd, deelwoord
geschoten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geschoten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geschoten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschoten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschoten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschoten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geschoten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geschoten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geschoten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geschoten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geschoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geschoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geschoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geschoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geschoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geschoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geschoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geschoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geschoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geschoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geschoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geschoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geschoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schiet gebiedende wijs
schiete aanvoegende wijs
schietend onvoltooid, deelwoord
schoot verleden tijd
te hebben geschoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te schieten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen schieten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geschoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geschoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geschoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geschoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geschoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geschoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geschoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geschoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geschoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geschoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geschoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geschoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geschoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geschoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geschoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geschoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geschoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geschoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geschoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geschoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geschoten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geschoten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geschoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geschoten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschoten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal schieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal schieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal schieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geschoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geschoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geschoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geschoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geschoten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschoten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geschoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geschoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou schieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou schieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou schieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geschoten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geschoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geschoten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geschoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geschoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geschoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden schieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden schieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden schieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geschoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geschoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geschoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt schieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geschoten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geschoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geschoten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geschoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geschoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geschoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geschoten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geschoten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geschoten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen schieten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen schieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen schieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen schieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geschoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geschoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geschoten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult schieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘snel bewegen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285

Woordfamilie van schieten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geschoten voltooid deelwoord schieten
schiet gebiedende wijs schieten
schiete aanvoegende wijs schieten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schieten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over schieten

Hoe spreek je schieten uit?
De uitspraak van schieten is: /ˈsxitə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent schieten?
Schieten is een werkwoord. Het woord betekent: een projectiel afvuren met een wapen. Deze pagina beschrijft 5 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je schieten?
Je vervoegt schieten als volgt: de tegenwoordige tijd is schiet, de verleden tijd is schoot en het voltooid deelwoord is geschoten. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spreekwoorden en gezegden met schieten

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op schieten?

Op schieten rijmen 87 woorden, onder andere gieter, genieten en gieten. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op schieten, uitspraak ˈsxitən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
gieter 2
genieten 3
gieten 2
vlieten 2
zwartepieten 4
deleten 3
rieten 2
overgieten 4
doorschieten 3
verschieten 3
kleiduivenschieten 5
akonieten 4
amalekieten 5
ammonieten 4
amonieten 4
amoraïeten 5
amorieten 4
anakieten 4
asjkelonieten 5
asjteratieten 5
askelonieten 5
asteratieten 5
azatieten 4
bieten 2
chitieten 3
chivieten 3
chiwwieten 3
deleteten 3
diakrieten 4
edomieten 4
ekronieten 4
emorieten 4
enakieten 4
fomieten 3
gazieten 3
hethieten 3
hevieten 3
huldebieten 4
israëlieten 4
jarosieten 4
Nog 47 rijmwoorden
jebusieten 4
jevoesieten 4
jezuïeten 4
kanaänieten 4
karaïeten 4
kehatieten 4
kenaänieten 4
kenieten 3
keretieten 4
kleiduifschieten 4
koesjieten 3
koningschieten 4
korachieten 4
korchieten 3
kredieten 3
kusieten 3
leeftijdslimieten 5
levieten 3
lieten 2
machirieten 4
maächatieten 4
melkbusschieten 5
midjanieten 4
mieten 2
moabieten 3
moavieten 3
peletieten 4
perizieten 4
perizzieten 4
proselieten 4
prototaxieten 5
rabbanieten 4
reoevenieten 4
riten 2
rubenieten 4
schietlapschieten 4
semieten 3
sevaïeten 4
simieten 3
sjevaïeten 4
sjimieten 3
slieten 2
stieten 2
tanaïeten 4
termieten 3
tweeten 2
zarchieten 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord schieten is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. I 1
  5. E 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

schieten levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. I 2
  5. E 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 zonder bonus
  10. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

schieten in het kort

schieten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 5 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van schieten zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort schieten bij een woordfamilie van 3 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

schieten: een projectiel afvuren met een wapen
Deel schieten — standaardnederlands.nl