geschut
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- (gewoonlijk zwaar) oorlogsmateriaal waarmee projectielen kan worden geschoten
zelfstandig naamwoord — neuter
- oorlogsmateriaal waarmee projectielen kan worden geschoten
Woordvorm
- voltooid deelwoord van schutten
Vervoeging van geschut
geschuthele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘oorlogstuig waarmee men projectielen afvuurt’ voor het eerst aangetroffen in 1285