vlieten
werkwoord, zelfstandig naamwoord /'vlitə(n)/Betekenis
- zachtjes vloeien of stromen
- als iets vluchtigs voorbijgaan
Hoe spreek je vlieten uit?
/ˈvlitən/
Vlieten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| l | land |
| i | riet |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van vlieten
vlietenhele werkwoord — vlootverleden tijd enkelvoud — vlotenverleden tijd meervoud — gevlotenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vliet | vloot |
| jij | vliet | vloot |
| hij, zij, het | vliet | vloot |
| wij | vlieten | vloten |
| jullie | vlieten | vloten |
| zij | vlieten | vloten |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben gevloten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gevloten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| gevloten | verleden tijd, deelwoord |
| gevloten te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevloten zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| is gevloten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gevloten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te vlieten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn gevloten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vlieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vliet | gebiedende wijs |
| vliete | aanvoegende wijs |
| vlietend | onvoltooid, deelwoord |
| vloot | verleden tijd |
| waart gevloten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gevloten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gevloten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gevloten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gevloten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gevloten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gevloten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal gevloten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevloten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gevloten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vlieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vlieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vlieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gevloten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn gevloten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gevloten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gevloten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gevloten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gevloten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevloten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevloten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vlieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vlieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vlieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gevloten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevloten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevloten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vlieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vlieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vlieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gevloten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vlieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gevloten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevloten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevloten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vlieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vlieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vlieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vlieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gevloten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vlieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord vliet
Herkomst
In de betekenis van ‘stromen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1220
Woordfamilie van vlieten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gevloten | voltooid deelwoord | vlieten |
| vliete | aanvoegende wijs | vlieten |
| vlietend | onvoltooid deelwoord | vlieten |
| vlietende | woordvorm | vlieten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vlieten zijn vastgelegd.