gieten
werkwoord ˈɣitə(n)Betekenis
- een vloeistof vallend laten vloeien
- hevig regenen
Hoe spreek je gieten uit?
/ˈxitən/
Gieten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| i | riet |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als gieter.
werkwoord
- hevig regenen, stortregenen impersonal, informal
- een stof terwijl deze nog in vloeibare toestand is in een bepaalde gewenste vorm laten stromen, bijv. in de metallurgie transitive
Vervoeging van gieten
gietenhele werkwoord — gootverleden tijd enkelvoud — gotenverleden tijd meervoud — gegotenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | giet | goot |
| jij | giet | goot |
| hij, zij, het | giet | goot |
| wij | gieten | goten |
| jullie | gieten | goten |
| zij | gieten | goten |
Alle 129 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gegoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gegoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gegoten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gegoten | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gegoten | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gegoten | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gegoten worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gegoten zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gegoten worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gegoten zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gegoten | verleden tijd, deelwoord |
| gegoten te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gegoten te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gegoten te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gegoten te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gegoten te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gegoten worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gegoten zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gegoten zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gegoten zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gegoten zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| giet | gebiedende wijs |
| giet | tegenwoordige tijd |
| giete | aanvoegende wijs |
| gietend | onvoltooid, deelwoord |
| goot | verleden tijd |
| had gegoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gegoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gegoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gegoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gegoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gegoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gegoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gegoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gegoten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gegoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gegoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gegoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gegoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gegoten | verleden tijd, deelwoord |
| heeft gegoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gegoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gegoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gegoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te gieten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gegoten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen gieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gegoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gegoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gegoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gegoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gegoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gegoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gegoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gegoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gegoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gegoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gegoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gegoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gegoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gegoten | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gegoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gegoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gegoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gegoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gegoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gegoten | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gegoten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gegoten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gegoten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gegoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gegoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gegoten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gegoten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gieten | toekomende tijd |
| zal gieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal gieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal gieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gegoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gegoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gegoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gegoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gegoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gegoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gegoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gegoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gegoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gegoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gegoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gegoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gegoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou gieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou gieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gegoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gegoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gegoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gegoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gegoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gegoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gegoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gegoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gegoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gegoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gegoten worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gegoten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gegoten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gegoten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gegoten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gegoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gegoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gegoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gegoten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gegoten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gegoten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen gieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gegoten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gegoten worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gegoten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
erfwoord, te herleiden tot Indo-Europees *ǵheud-. In de betekenis van ‘schenken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1220.
Woordfamilie van gieten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gegoten | voltooid deelwoord | gieten |
| giet | gebiedende wijs | gieten |
| giete | aanvoegende wijs | gieten |
| gietend | onvoltooid deelwoord | gieten |
| gietende | woordvorm | gieten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gieten zijn vastgelegd.