doorschieten
werkwoord dorˈsxitə(n)Betekenis
- met een schot doorboren
- met grote snelheid ergens doorheen gaan
- het aanbrengen van lege bladzijden tussen de bedrukte in een boek
- niet tot stilstand komen
- uitgroeien en zaad voortbrengen
- voortgaan met schieten
Hoe spreek je doorschieten uit?
/dorˈsxitən/
Doorschieten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| o | boot |
| r | rood |
| s | sok |
| x | acht |
| i | riet |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van doorschieten
doorschietenhele werkwoord — doorschotenvoltooid deelwoord
Alle 3 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] doorschíéten | canonical |
| doorschoot | verleden tijd |
| doorschoten | verleden tijd, deelwoord |
werkwoord
- te ver gaan
Vervoeging van doorschieten
doorschietenhele werkwoord — doorgeschotenvoltooid deelwoord
Alle 3 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [B] dóórschieten | canonical |
| doorgeschoten | verleden tijd, deelwoord |
| schoot door | verleden tijd |
Woordfamilie van doorschieten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doorgeschoten | voltooid deelwoord | doorschieten |
| doorschiet | woordvorm | doorschieten |
| doorschiete | with-subordinate-clause | doorschieten |
| doorschietend | woordvorm | doorschieten |
| doorschietende | woordvorm | doorschieten |
| doorschoot | verleden tijd | doorschieten |
| doorschoten | voltooid deelwoord | doorschieten |
| schiet door | woordvorm | doorschieten |
| schiete door | woordvorm | doorschieten |
| schieten door | woordvorm | doorschieten |
| schoot door | verleden tijd | doorschieten |
| schoten door | woordvorm | doorschieten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorschieten zijn vastgelegd.