zwartepieten
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˌzwɑrtəˈpitə(n)Betekenis
- het kaartspel spelen waarbij schoppenboer zwartepiet heet en de meeste strafpunten oplevert
- voortdurend elkaar de schuld proberen te geven
Hoe spreek je zwartepieten uit?
/ˌzwɑrtəˈpitən/
Zwartepieten bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| w | quiz |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| t | tak |
| ə | de |
| p | pak |
| i | riet |
| n | nek |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van zwartepieten
zwartepietenhele werkwoord — zwartepietteverleden tijd enkelvoud — zwartepiettenverleden tijd meervoud — gezwartepietvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zwartepiet | zwartepiette |
| jij | zwartepiet | zwartepiette |
| hij, zij, het | zwartepiet | zwartepiette |
| wij | zwartepieten | zwartepietten |
| jullie | zwartepieten | zwartepietten |
| zij | zwartepieten | zwartepietten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gezwartepiet | verleden tijd, deelwoord |
| gezwartepiet te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gezwartepiet zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gezwartepiet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gezwartepiet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gezwartepiet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gezwartepiet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gezwartepiet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gezwartepiet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gezwartepiet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gezwartepiet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gezwartepiet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gezwartepiet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gezwartepiet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gezwartepiet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gezwartepiet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gezwartepiet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gezwartepiet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gezwartepiet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen zwartepieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| te zwartepieten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| zal gezwartepiet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gezwartepiet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gezwartepiet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal zwartepieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal zwartepieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal zwartepieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gezwartepiet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gezwartepiet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gezwartepiet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou zwartepieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou zwartepieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou zwartepieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gezwartepiet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gezwartepiet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gezwartepiet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden zwartepieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden zwartepieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden zwartepieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gezwartepiet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt zwartepieten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gezwartepiet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gezwartepiet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gezwartepiet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen zwartepieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen zwartepieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen zwartepieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen zwartepieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gezwartepiet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult zwartepieten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zwartepiet | gebiedende wijs |
| zwartepiete | aanvoegende wijs |
| zwartepietend | onvoltooid, deelwoord |
| zwartepiette | verleden tijd |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord zwartepiet
Herkomst
afgeleid van zwartepiet zn met het achtervoegsel -en, in de betekenis van ‘kaartspel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1872 (zie vindplaats hieronder)
Woordfamilie van zwartepieten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gezwartepiet | voltooid deelwoord | zwartepieten |
| zwartepiete | aanvoegende wijs | zwartepieten |
| zwartepietend | onvoltooid deelwoord | zwartepieten |
| zwartepietende | woordvorm | zwartepieten |
| zwartepiette | verleden tijd | zwartepieten |
| zwartepietten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | zwartepieten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwartepieten zijn vastgelegd.